Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juli 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:7433Zaaknummer 11237170 \ MB VERZ 24-602

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11237170 \ MB VERZ 24-602
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond en proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 389,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Verloop van de procedure
  2. Standpunten
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Bergen op Zoom

zaaknummer: 11237170 \ MB VERZ 24-602

CJIB-nummer: [cjib-nummer]

uitspraakdatum: 18 juli 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [adres]

woonplaats: [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde: mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Vosdonk te Etten-Leur op 20 april 2023 om 15:55 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft niet in het voertuig gereden en is zich ervan bewust dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor een voertuig. Echter, in dit geval heeft er een staandehouding plaatsgevonden en had de beschikking dus aan de bestuurder moeten worden opgelegd. Dat was betrokkene dus niet, aangezien het rijbewijsnummer van de persoon tijdens de staandehouding niet overeenkomt met die van de kentekenhouder. Onduidelijk is dan ook wat verbalisant heeft gedaan en waarom alsnog op kenteken is bekeurd, ondanks dat er gesteld wordt dat er is staandegehouden. Het had dan ook op de weg van de officier van justitie gelegen om een aanvullend proces-verbaal op te vragen bij de verbalisant. Onduidelijk is waarom dat tot op heden nog niet is gedaan. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde niets toegevoegd aan de beroepsgronden.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het rijbewijsnummer van het zaakoverzicht leidt tot een andere betrokkene, wat blijkt uit verschillende voorletters. Het betreft de zoon van de kentekenhouder. Ergens is iets niet goed gegaan tijdens het opleggen van de boete, waarbij het niet de bedoeling is dat het op zo’n manier gaat.

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het rijbewijsnummer van de bestuurder niet overeenkomt met het rijbewijsnummer van de kentekenhouder.

Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Proceskostenvergoeding

Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:

administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

totaal € 1.230,50

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 389,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.