Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 oktober 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:7316Zaaknummer BRE 25/4341

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/4341
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

NTB NO onredelijk laat

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 30 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres], uit [plaats], eiseres
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/4341 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet op tijd beslissen van het UWV op haar aanvraag om een herbeoordeling van haar (ex)werkneemster [naam] op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk-niet ontvankelijk is, omdat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, is het niet aan een termijn gebonden.[_170a918b-5264-44b6-af54-e206c9815fd4] Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.[_541f25cd-192f-4d91-a691-12a12e42197b]

Heeft eiseres het beroepschrift onredelijk laat ingediend?

4. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 29 maart 2022 de aanvraag tot her-beoordeling heeft gedaan bij het UWV. Het UWV heeft deze aanvraag op 31 maart 2022 ontvangen. Omdat er binnen de wettelijke termijn geen herbeoordeling plaatsvond, heeft eiseres op 27 maart 2023 een ingebrekestelling gestuurd aan het UWV. Het UWV heeft die ingebrekestelling op 28 maart 2023 ontvangen en op 31 mei 2023 heeft het UWV een dwangsombeschikking afgegeven. Vervolgens heeft eiseres beroep ingesteld op 25 augustus 2025.

5. De rechtbank stelt verder vast dat het beroep is ingesteld meer dan twee jaar na het versturen van de ingebrekestelling, gedateerd 27 maart 2023. Dit betekent dat eiseres vanaf de datum van ingebrekestelling tot het indienen van het beroepschrift ruim twee jaar geen actie heeft ondernomen om een besluit op haar verzoek te verkrijgen. Dit alleen al leidt de rechtbank tot de conclusie dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

6. Eiseres voert aan dat zij bekend is met capaciteitsproblemen bij het UWV betreffende artsen en arbeidsdeskundigen en dat zij in die zin de nodige coulance naar het UWV heeft betracht. Eiseres wilde bovendien het rechtssysteem niet onnodig en extra belasten. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen verontschuldiging voor het onredelijk te laat indienen van het beroep.

6.1.

Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling en de verzochte vergoeding voor gemaakte verschotten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 30 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.