Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 oktober 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:7165Zaaknummer 11790247 CV EXPL 25-3544 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
11790247 CV EXPL 25-3544 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering betaling verzekeringspremie. Beroep op verjaring afgewezen. Vordering toegewezen. Niet dupliek zaak.

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 7.726,05, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.857,43 vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag van de volledige betaling;

veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman – Knoester, en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 Het geschil en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Tilburg

zaak/rolnr.: 11790247 CV EXPL 25-3544

vonnis d.d. 22 oktober 2025

inzake

AON NEDERLAND C.V. h.o.d.n. Aon Risk Solutions

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: KVN gerechtsdeurwaarders & Juristen te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

gedaagde,

wonende te [plaats],

procederend in persoon,

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding van 1 juli 2025 met producties;

b. de conclusie van antwoord 23 juli 2025;

c. de conclusie van repliek van 20 augustus 2025 met producties.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, kosten rechtens.

2.2

Gedaagde heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd. Zij voert aan dat de rechtsvoorgangster van eiseres de opzegging van deze verzekering niet goed heeft laten verlopen. Dit heeft zij al meerdere malen gemeld bij eiseres. Zij was op dat moment verzekerd, dus ziet niet in waarom zij twee verzekeringen zou moeten bepalen. Daarbij is het premiebedrag al opeisbaar sinds 2019, zodat de vordering is verjaard.

2.3

Eiseres heeft de vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van gedaagde op die vordering gemotiveerd weersproken. Zij stelt dat gedaagde in de loop der jaren steeds is aangeschreven het premiebedrag te betalen, zodat de verjaring van de vordering is gestuit. Het is ook niet juist dat de verzekering was opgezegd. Deze was tijdelijk opgeschort wegens wanprestatie.

2.4

Van de vervolgens geboden gelegenheid hierop nogmaals een reactie te geven heeft gedaagde geen gebruik gemaakt.

2.5

Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van eiseres het verweer van gedaagde voldoende weerleggen, is de vordering van eiseres onvoldoende gemotiveerd betwist. De vordering komt de kantonrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.

2.6

Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 146,14

- griffierecht € 543,00

- salaris gemachtigde € 678,00 (2 punt(en) x tarief € 339,00)

- nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.502,14.

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 7.726,05, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.857,43 vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag van de volledige betaling;

veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman – Knoester, en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.