Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 augustus 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:6773Zaaknummer 11482051 OV VERZ 25-134 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15 augustus 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
11482051 OV VERZ 25-134 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoeker vraagt de kantonrechter een bestuursorgaan op te dragen op een specifieke manier te handelen. Hiertoe is de kantonrechter niet bevoegd. Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart [verzoeker] niet-niet ontvankelijk in zijn verzoeken, voor zover deze kunnen worden voorgelegd aan de civiele rechter;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van het Ministerie en de Belastingdienst begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het verloop van het geding
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Tilburg

zaak/rolnr.: 11482051 OV VERZ 25-134

beschikking d.d. 15 augustus 2025

inzake

[verzoeker],

kantoorhoudende te [plaats] aan het [adres],

verzoekende partij,

procederend in persoon,

tegen:

1 Ministerie van Financiën,

kantoorhoudende te Den Haag,

2. Belastingdienst,

kantoorhoudende te Eindhoven,

verwerende partijen,

nog niet verschenen.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘[verzoeker]’, ‘het Ministerie’ en ‘de Belastingdienst’.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

  • de tussenbeschikking in onderstaande zaak van 5 februari 2025 met het daarin genoemde processtuk;
  • het op 18 februari 2025 ter griffie ontvangen aanvullende verzoekschrift met producties.

2 De verdere beoordeling

2.1

In voornoemde beschikking heeft de kantonrechter [verzoeker] opgedragen zijn verzoekschrift aan te vullen en toe te lichten op grond waarvan de kantonrechter bevoegd is zijn verzoeken te behandelen.

2.2

[verzoeker] heeft op 18 februari 2025 een aanvullend verzoekschrift ingediend, waarin hij aangeeft dat zijn verzoek vijf primaire doelen heeft:

a. het in behandeling nemen van de ingebrekestellingen;

b. de maximale dwangsommen te verbeuren;

c. het volledig in uitvoering brengen van de uitspraak op bezwaar van 28 september 2018 betreffende de omzetbelasting;

d. de brieven van het bestuursorgaan van 23 oktober 2024 en 15 november 2023 aan te merken als besluiten, waartegen bezwaar en beroep open staat;

e. het bezwaarschrift betreffende de omzetbelasting 2017 hetzelfde te behandelen als de bezwaarschriften betreffende de omzetbelastingen 2016 en 2018 conform de Wet gelijke behandeling.

Hij benadrukt dat hij de rechtbank te Den Haag had gevraagd zijn verzoekschrift door te sturen naar de bevoegde rechtbank, zodat hem niet kan worden verweten dat het verzoekschrift naar de onderhavige rechtbank is toegestuurd. Ook benadrukt hij dat geen sprake is van vorderingen.

2.3

De kantonrechter overweegt dat de doelen onder a., b. en d. dienen te worden voorgelegd aan de bestuurs-/belastingrechter van deze rechtbank. Zij zal ervoor zorgdragen dat de stukken intern worden doorgestuurd, zodat, voor zover de verzoeken daarop zien, de zaak verder kan worden behandeld.

2.4

De doelen onder c. en e. kunnen mogelijk onder de bevoegdheid van de civiele rechter vallen voor zover het zou gaan om vorderingen tot verklaren voor recht of vorderingen uit hoofde van onrechtmatige daad. [verzoeker] heeft in zijn aanvullend verzoekschrift verduidelijkt dat het daar niet om gaat. Hij heeft alleen verzocht het bestuursorgaan/de bestuursorganen op te dragen (anders) te handelen. Hiertoe is de civiele rechter niet bevoegd, zodat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken, voor zover zij zien op deze doelen.

2.5

[verzoeker] is de in het ongelijk gestelde partij, zodat hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van het Ministerie en de Belastingdienst worden deze begroot op nihil.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart [verzoeker] niet-niet ontvankelijk in zijn verzoeken, voor zover deze kunnen worden voorgelegd aan de civiele rechter;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van het Ministerie en de Belastingdienst begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.