Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 september 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:6324Zaaknummer 11856411 OV VERZ 25-4035 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
11856411 OV VERZ 25-4035 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging verwerpen nalatenschap namens minderjarige van een in Duitsland opengevallen nalatenschap.

4. De beslissing

De kantonrechter:

verleent [verzoeker 1] en [verzoeker 2], in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kind [minderjarige], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2015,

machtiging om de nalatenschap van

[erflater], geboren te [plaats 3] op [datum 2] 1945, laatstelijk wonende te [plaats 4], Duitsland, en overleden op [datum 3] 2025 te [plaats 4], Duitsland, namens de minderjarige te verwerpen;

bepaalt dat deze machtiging wordt verleend voor de duur van twee maanden vanaf de datum van deze beschikking en dat deze daarna niet meer geldt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Lende - Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer / rekestnummer: 11856411 \ OV VERZ 25-4035

Beschikking van 11 september 2025

in de zaak van

1 [verzoeker 1], 2. [verzoeker 2],

beiden wonende te [plaats 1],

hierna samen te noemen: verzoekers,

in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kind:[minderjarige], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2015, wonende te [plaats 1], hierna: de minderjarige.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, locatie Middelburg op 27 augustus 2025,- het e-mailbericht met bijlagen, ontvangen op 6 september 2025.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap van de heer [erflater], geboren te [plaats 3] op

[datum 2] 1945, laatstelijk wonende te [plaats 4], Duitsland, en overleden op [datum 3] 2025 te [plaats 4], Duitsland, (hierna: erflater) te verwerpen.

3 De beoordeling

3.1.

Omdat erflater zijn laatste woonplaats in Duitsland had en de minderjarige in Nederland woont, dient eerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en zo ja, aan de hand van welk recht het verzoek dient te worden beoordeeld.

3.2.

Het verzoek tot machtiging voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige moet niet worden aangemerkt als een maatregel inzake erfopvolging, maar als een maatregel betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de EU-verordening Brussel II-ter[_b8a40be6-8814-4567-b70a-f59dfff6e4d4] bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen. De minderjarige woont in [plaats 1], zodat de kantonrechter te Middelburg de relatief bevoegde rechter is.

3.3.

In artikel 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996[_930f1a13-1b91-40fe-9d92-aa202cf0d5d0] is bepaald dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Het verzoek dient dus naar Nederlands recht te worden beoordeeld. Voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige is naar Nederlands recht een machtiging van de kantonrechter vereist[_669904b3-94cb-45d3-989a-3731d3825dff], zodat moet worden beoordeeld of die toestemming in de gegeven omstandigheden dient te worden verleend.

3.4.

De kantonrechter overweegt dat de nalatenschap in Duitsland is opengevallen, zodat op de erfopvolging de Europese Erfrechtverordening[_14d3416a-92a2-4d96-abb0-537467da2947] van toepassing is. Aangezien van een testament en een rechtskeuze van erflater als bedoeld in artikel 22 van deze Erfrechtverordening niet is gebleken en erflater ten tijde van zijn overlijden in Duitsland zijn gewone verblijfplaats had, is op de erfopvolging volgens de algemene regel van artikel 21 van de Erfrechtverordening Duits recht van toepassing.

3.5.

Uit het verzoekschrift en de daarop gegeven toelichting volgt dat verzoekster sub 1 tot de nalatenschap van erflater is geroepen, maar deze gaat verwerpen. Op grond van Duits recht erft de minderjarige mogelijk bij plaatsvervulling.

3.6.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het op grond van de door verzoekers overgelegde stukken en de daarbij gegeven toelichting, voldoende aannemelijk dat de nalatenschap negatief is. De kantonrechter acht het in het belang van de minderjarige dat de nalatenschap wordt verworpen. De verzochte machtiging zal daarom worden verleend.

3.7.

De kantonrechter wijst verzoekers erop dat met het verkrijgen van deze machtiging de nalatenschap van erflater nog niet daadwerkelijk namens de minderjarige is verworpen. Met de machtiging zullen zij daartoe op de daarvoor voorgeschreven wijze bij een daartoe ingevolge de Erfrechtverordening bevoegde rechtbank kunnen overgaan. In de beslissing is weergegeven binnen welke termijn verzoekers worden geacht dit te doen, bij gebreke waarvan deze beschikking haar kracht verliest.

4. De beslissing

De kantonrechter:

verleent [verzoeker 1] en [verzoeker 2], in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kind [minderjarige], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2015,

machtiging om de nalatenschap van

[erflater], geboren te [plaats 3] op [datum 2] 1945, laatstelijk wonende te [plaats 4], Duitsland, en overleden op [datum 3] 2025 te [plaats 4], Duitsland, namens de minderjarige te verwerpen;

bepaalt dat deze machtiging wordt verleend voor de duur van twee maanden vanaf de datum van deze beschikking en dat deze daarna niet meer geldt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Lende - Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.