Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 januari 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:630Zaaknummer C/02/429884/ KG ZA /24-601 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
21 februari 2025
Zaaknummer
C/02/429884/ KG ZA /24-601 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontruiming chalet bij verstek toegewezen.

4 De beslissing

de voorzieningenrechter

4.1.

verleent ten aanzien van [bewoner 1] en [bewoner 2] verstek,

4.2.

veroordeelt [bewoner 1] en [bewoner 2] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het chalet staande en gelegen te [adres]- en die staplaats, met medeneming van al hun goederen te verlaten en verlaten te houden,

4.3.

bepaalt dat [bewoner 1] en [bewoner 2] een dwangsom verbeuren van € 250,00 per dag of gedeelte van de dag dat zij daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 10.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,

4.4.

veroordeelt [bewoner 1] en [bewoner 2] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] gevallen en tot op heden begroot op € 983,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moeten zij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

4.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/429884 / KG ZA 24-601

Vonnis in kort geding van 22 januari 2025

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens,

tegen

1 [bewoner 1],

2. [bewoner 2],

beiden feitelijk verblijvende te [woonplaats],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 januari 2025 met producties 1 t/m 5,- de mondelinge behandeling van 21 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2 Het geschil

2.1.

[eiseres] vordert als voorlopige voorziening, samengevat, [bewoner 1] en [bewoner 2] te veroordelen om het Chalet en staplaats aan [adres] met medeneming van al hun goederen te verlaten en verlaten te houden, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [bewoner 1] en [bewoner 2] in de kosten van dit geding.

3 De beoordeling

3.1.

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek wordt verleend.

3.2.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen.

3.3.

[bewoner 1] en [bewoner 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiseres] die op basis van een toevoeging procedeert, als volgt vastgesteld:

− griffierecht € 90,00

− salaris advocaat € 715,00

− nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 983,00

4 De beslissing

de voorzieningenrechter

4.1.

verleent ten aanzien van [bewoner 1] en [bewoner 2] verstek,

4.2.

veroordeelt [bewoner 1] en [bewoner 2] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het chalet staande en gelegen te [adres]- en die staplaats, met medeneming van al hun goederen te verlaten en verlaten te houden,

4.3.

bepaalt dat [bewoner 1] en [bewoner 2] een dwangsom verbeuren van € 250,00 per dag of gedeelte van de dag dat zij daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 10.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,

4.4.

veroordeelt [bewoner 1] en [bewoner 2] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] gevallen en tot op heden begroot op € 983,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moeten zij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

4.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.