Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 augustus 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:5639Zaaknummer BRE 25/1815 tot en met 25 / 1817

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 augustus 2025
Publicatiedatum
26 augustus 2025
Zaaknummer
BRE 25/1815 tot en met 25 / 1817
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54; beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht.

De rechtbank:

  • verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- aan deze vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

R.M. Rosta, griffier, op 21 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
  2. De heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 25/1815 tot en met 25/1817

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

De heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 februari 2025. De beroepen zien op de aanslagen zuiveringsheffing over de jaren 2022, 2023 en 2024 voor het object [adres] te [plaats] met aanslagnummers [aanslagnummer 1], [aanslagnummer 2] en [aanslagnummer 3].

1.1.

Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende komt in beroep tegen de opgelegde zuiveringsheffing over de jaren 2022, 2023 en 2024 voor het object [adres] te [plaats]. De heffingsambtenaar heeft op 2 juni 2025 laten weten dat de aanslagen tegen de zuiveringsheffing over de jaren 2022, 2023 en 2024 zijn verminderd tot nihil. Ook heeft de heffingsambtenaar laten weten dat belanghebbende naar zijn mening in aanmerking komt voor vergoeding van het griffierecht.

3. De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar, nadat beroep bij de rechtbank was ingesteld, alsnog volledig aan de klachten van belanghebbende ten aanzien van de zuiveringsheffing tegemoet is gekomen. Dit betekent dat de beroepszaken niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden.[_805b6550-b7e6-4893-9fa8-ec3eb12fec15] Dit betekent dat er geen procesbelang meer is.

4. De rechtbank verklaart daarom het door belanghebbende ingestelde beroepen wegens het gebrek aan belang kennelijk niet-ontvankelijk.

5. In gevallen waarin een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat het bestuursorgaan geheel aan de klachten van de belanghebbende tegemoet is gekomen, behoort de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht te worden gelast. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- aan deze vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

R.M. Rosta, griffier, op 21 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.