Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31 januari 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:519Zaaknummer BRE 24/5809
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 31 januari 2025
- Publicatiedatum
- 6 februari 2025
- Zaaknummer
- BRE 24/5809
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VOVO no griffierecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier, op 31 januari 2025. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5809
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Procesverloop
1. Verzoekster heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, die verband houdt met het beroep van verzoekster dat bij de rechtbank is geregistreerd onder het zaaknummer BRE 21/5929 (het verzoek).
Voor het verzoek is verzoekster griffierecht verschuldigd van € 51[_d53ea9c3-83cb-4759-961a-4706e04c8d8f]. De griffier heeft verzoekster bij brief van 1 augustus 2024 daarover geïnformeerd.
Op 2 augustus 2024 is aan (de gemachtigde van) verzoekster bij aangetekende brief de nota griffierecht verzonden. Volgens gegevens van Track & Trace van PostNL is die brief niet afgehaald op de afhaallocatie van PostNL. Bij brief van 27 augustus 2024 is (de gemachtigde van) verzoekster per gewone post medegedeeld dat het griffierecht binnen twee weken na dagtekening van deze brief betaald dient te zijn.
Motivering
2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de in 1.2 bedoelde brief juist aan verzoekster is uitgereikt. Omdat de enveloppe waarin die brief is verzonden, ongeopend ter griffie is terugontvangen, heeft de griffier schriftelijk inlichtingen bij de gemeente opgevraagd waaruit bleek dat de gemachtigde van verzoekster op de betreffende datum in de basisregistratie personen stond ingeschreven op het door hem opgegeven adres. Om die reden is die brief nogmaals, per gewone post, aan de gemachtigde van verzoekster toegezonden. De rechtbank is daarom van oordeel dat verzoekster op juiste wijze in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier, op 31 januari 2025. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.