Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 april 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:4104Zaaknummer 11319558 - MB VERZ 24-1281
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 april 2025
- Publicatiedatum
- 16 juli 2025
- Zaaknummer
- 11319558 - MB VERZ 24-1281
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer: 11319558 \ MB VERZ 24-1281
CJIB-nummer: 2062 5422 5714 6552
uitspraakdatum: 29 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam: [betrokkene]
adres: [adres]
woonplaats: [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde: [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Backer en Ruebweg te Breda op 15 april 2023 om 13.30 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft een carkit in de auto en heeft zijn telefoon niet in de hand gehad tijdens het rijden. Betrokkene heeft na ontvangst van de boete gelijk gebeld met de betreffende agent waarom niet staande is gehouden of een foto is gemaakt. De agent reed in zijn privé auto en had geen mogelijkheid om betrokkene staande te houden. De agent dacht licht in het voertuig te zien wat leek op een scherm. Omdat betrokkene niet staande is gehouden is het moeilijk te bewijzen dat hij geen telefoon in zijn handen had nu het zijn woord tegen het woord van de agent is. Als een boete terecht wordt opgelegd zou betrokkene niet in beroep gaan.
Ter zitting heeft gemachtigde nogmaals herhaald geen mobiele telefoon te hebben vastgehouden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft verklaard waarom staande houding niet kon plaatsvinden. Maar hier tegenover staat een duidelijke ontkenning van de gedraging door betrokkene. Aan betrokkene dient daarom het voordeel van de twijfel te worden gegeven.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene niet staande is gehouden en consistent heeft verklaard geen mobiele telefoon te hebben vastgehouden. Betrokkene dient daarom het voordeel van de twijfel te krijgen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending:
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.