Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 maart 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:4099Zaaknummer 11182680 - MB VERZ 24-518

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
11182680 - MB VERZ 24-518
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Verloop van de procedure
  2. Standpunten
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

zaaknummer: 11182680 \ MB VERZ 24-518

CJIB-nummer: 9062 5422 5381 0796

uitspraakdatum: 19 maart 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [adres]

woonplaats: [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 19 maart 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op vluchtstrook of vluchthaven van een autosnelweg zonder dat sprake is van een noodgeval op de Rijksweg (A58) op 12 november 2022 om 15.50 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene is veiligheidsfunctionaris op het spoor en moest batterijen vervangen van een zelfkortsluitlans (zkl). Er wordt dan doorgegeven aan de treindienstleider dat er geen treinen op het spoor worden gestuurd omdat er gewerkt wordt. Dit was de enige locatie om bij de zkl’s te komen.

De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. De zittingsvertegenwoordiger heeft subsidiair verzocht het beroep gegrond te verklaren.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de officier van justitie

De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.

De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 4 januari 2023. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 14 januari 2023 ontvangen. Dat is te laat.

Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.

De officier van justitie heeft het beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt een ontheffing te hebben om zodoende de werkzaamheden aan het spoor soepel en veilig te laten verlopen.

Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.