Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 juni 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:3974Zaaknummer 25/2116

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26 juni 2025
Publicatiedatum
2 juli 2025
Zaaknummer
25/2116
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toekenning proceskostenvergoeding omdat het college alsnog heeft besloten op het handhavingsverzoek en daarmee aan het verzoek om voorlopige voorziening tegemoet is gekomen.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 907,- aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster
  2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/2116

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juni 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. R.H.U. Keizer),

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge

(gemachtigde: [naam] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek tegen het niet (tijdig) nemen van een besluit door het college op haar verzoek om handhaving.

1.1.

Verzoekster heeft het verzoek ingetrokken omdat het college op 25 april 2025 dit besluit heeft ingetrokken en in plaats daarvan besloten het handhavingsverzoek toe te wijzen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat hij zo snel mogelijk een besluit heeft genomen en daar al mee bezig was voordat het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend.

1.3.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_b000e0e3-52d0-4e34-aeb4-5e731107d059]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_a675b05d-9e07-4e9a-89b9-fcf653299bf9]

3.1.

In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.[_18f6dd06-741c-4ada-9f98-5c48306c8773]

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

4. Het college heeft op 25 april 2025 alsnog besloten op het verzoek om handhaving van verzoekster. Daarmee is aan het verzoek tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.[_c964a646-6b04-48b8-bb6f-d20d21c2bd2a] Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.[_26a30452-d355-46e9-b33c-546b94f642a6] Het feit dat het college al bezig was om zo snel mogelijk een besluit te nemen voordat het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend maakt niet dat het college niet aan het verzoek is tegemoetgekomen. Verzoekster had, vanwege het feit dat het college nog niet had besloten alle reden om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.

Welke kosten dient het college te vergoeden?

5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 907,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- kan vergoeden.[_4030e491-78d7-4716-8421-96d976712c71] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 907,- aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.