Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 januari 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:3097Zaaknummer C/02/430056 / KG ZA 24-616

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 januari 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
C/02/430056 / KG ZA 24-616
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vonnis in kort geding. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, op voorwaarde dat de man die volledige periode één op één contact heeft met de minderjarigen en dat zijn ouders het gehele weekend volledig buiten beeld blijven, alsmede tijdens twee afzonderlijke beeldbelmomenten tussen de man en de minderjarigen, maar niet op vaste tijden, maar op het moment dat de minderjarigen iets aan de man willen vertellen of als er iets leuks gebeurt. Als de man op die momenten niet bereikbaar is, dan kan het moment gefilmd worden en aan de man worden gestuurd. De man kan op zijn beurt ook filmpjes aan de minderjarigen sturen, waarin hij hen iets vertelt of iets laat zien. Vervangende toestemming behandeling minderjarige.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie en in reconventie

5.1.

verandert de eerdere beschikking als volgt:

5.2

bepaalt dat de man en

1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedag 1] 2019,

2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedag 2] 2021;

in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met ingang van 24 januari 2025 recht hebben op contact met elkaar in het laatste weekend in de maand, van vrijdag 9.00 uur tot zaterdag 17.00 uur, op voorwaarde dat de man die volledige periode één op één contact heeft met de minderjarigen en dat zijn ouders het gehele weekend volledig buiten beeld blijven, alsmede elke week tijdens twee afzonderlijke beeldbelmomenten tussen de man en de minderjarigen, welke momenten niet op vaste tijden zullen zijn, maar op het moment dat de minderjarigen iets aan de man willen vertellen of als er iets leuks gebeurt. Als de man op die momenten niet bereikbaar is, dan kan het moment gefilmd worden en aan man worden gestuurd. De man kan op zijn beurt ook filmpjes aan de minderjarigen sturen, waarin hij hen iets vertelt of iets laat zien;

in reconventie

5.3

geeft aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming om de hulpverlening bij [praktijk] voor [minderjarige 1] opnieuw op

te starten/te hervatten en alle voor deze hulpverlening benodigde documenten te mogen ondertekenen;

in conventie en in reconventie

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van de Kraats, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024 in tegenwoordigheid van Joosen, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil in conventie en reconventie
  4. 4 De beoordeling in conventie en in reconventie
  5. 5 De beslissing

Vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

zaaknummer: C/02/430056 / KG ZA 24-616

23 januari 2025

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[de man]

wonende te [woonplaats 1],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. N.A. Boelhouwer te Tilburg,

tegen

[de vrouw],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. B.P.J. van Riel te Breda.

Betreffende de minderjarigen:

1. [minderjarige 1],

geboren te [geboorteplaats], Groot-Brittannië op [geboortedag 1] 2019,

2. [minderjarige 2],

geboren te [geboorteplaats], Groot-Brittannië op [geboortedag 2] 2021.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft de zaak op 23 januari 2025 mondeling behandeld met gesloten deuren, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen partijen (de man via een beeldbelverbinding), bijgestaan door hun advocaten. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordigster namens de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren. Als toehoorder was bij de mondelinge behandeling aanwezig de kantoorgenoot van mr. Boelhouwer.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn gehuwd geweest. Voorafgaand en uit dit huwelijk zijn de navolgende thans nog minderjarige kinderen geboren:

1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedag 1] 2019,

2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedag 2] 2021.

Sinds juni 2022 staan de vrouw en de minderjarigen ingeschreven in Nederland. De man verblijft in de voormalig echtelijke woning in [woonplaats 1].

2.2.

Vanwege de Britse nationaliteit van de man heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De voorzieningenrechter heeft die ambtshalve beoordeeld en is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht dient te beslissen op de verzoeken.

2.3.

Partijen zijn – zoals door partijen mondeling bevestigd tijdens de mondelinge behandeling – gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2.4.

Bij beschikking van deze rechtbank van 3 april 2023 (met zaaknummer: C/02/406929 FA RK 23-982) is, voor zover thans van belang, bepaald dat:

de man en de minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

- het laatste weekend in de maand april 2023 op zaterdag van 8.30 uur tot 17.30 uur en op zondag van 8.30 uur tot 17.00 uur;

- met ingang van de maand mei 2023, ieder laatste weekend van de maand van zaterdag 8.30 uur tot zondag 16.30 uur;

- in de maand juli 2023 en in de maand augustus 2023 vijf aaneengesloten dagen, van woensdag 8.30 uur tot zondag 16.30 uur of van zaterdag 8.30 uur tot woensdag 16.30 uur, nader in onderling overleg door partijen te regelen;

- via videobellen iedere dinsdagochtend en vrijdagochtend om 8.30 uur (Nederlandse tijd).

Alsmede dat de vrouw de man tweemaal per maand (om de twee weken) schriftelijk informeert over de aangelegenheden met betrekking tot voormelde minderjarigen, over het welzijn van de kinderen, waaronder dus ook informatie over wat de kinderen bezighoudt, wat zij hebben ondernomen en wat zij leuk vinden om te doen, waarbij de vrouw deze informatie voorziet van enkele foto’s of filmpjes.

Daarnaast zijn partijen en de minderjarigen verwezen voor een (jeugd)hulptraject naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-Oost.

2.5.

Bij beschikking van deze rechtbank van 12 juli 2023 (met zaaknummer: C/02/399646 FA RK 22-3187) is, voor zover thans van belang, bepaald dat de minderjarigen het hoofdverblijf hebben bij de vrouw en dat de onderlinge regelingen zoals verwoord in het convenant deel uitmaken van die beschikking. De beslissing op de verzoeken tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en tot aanhechting van een (nog te overleggen) ouderschapsplan is aangehouden tot 9 oktober 2023 pro forma, in afwachting van de UHA-rapportage van het zorgloket over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject.

3 Het geschil in conventie en reconventie

3.1.

De man vordert in conventie bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:

1. hij recht heeft op omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2], ieder laatste weekend van de maand van vrijdag 9.00 uur tot zaterdag 16.30 uur, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per keer dat deze regeling niet wordt nagekomen;

2. dat de minderjarigen en de man videobellen gedurende twee maal per week op dinsdag- en vrijdagochtend om 8:30 uur (Nederlandse tijd), behalve de vrijdag dat de kinderen bij de man zijn, eveneens op straffe van een dwangsom van € 500,00 per keer dat deze regeling

niet wordt nagekomen.

3.2.

Door en namens de man is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. De man rijdt – samen met zijn ouders – vanuit Engeland naar Nederland om de kinderen te kunnen zien en hij huurt dan een vakantiewoning. De man heeft suikerziekte en heeft voor de reis de ondersteuning van zijn ouders nodig, om het stuur over te kunnen nemen op het moment dat de man een hypo heeft. Sinds oktober 2024 staat de vrouw niet meer toe dat de minderjarigen bij de man overnachten. Hij mag de minderjarigen alleen meenemen onder de voorwaarde dat ze op vrijdag om 16.30 uur weer naar de vrouw worden gebracht, zodat ze bij haar kunnen slapen en dan kan de man ze zaterdag weer om 9.00 uur ophalen en ze om 16.30 uur weer terugbrengen. Volgens de man is de vrouw van mening dat de minderjarigen veel last hebben van de weekenden met de man en zij maakt zich met name zorgen over [minderjarige 1]. De man is niet tegen therapie voor [minderjarige 1], maar hij wil wel weten wat er in het intakegesprek is besproken, zodat hij de hulpvraag voor [minderjarige 1] beter kan plaatsen. Volgens De Gezinsmanager kan de man de minderjarigen een veilige en stabiele opvoedsituatie bieden. De school heeft aan De Gezinsmanager aangegeven, dat zij bij [minderjarige 1] geen ander gedrag zien na het weekend bij de man. De man vreest dat [minderjarige 1] en op termijn ook [minderjarige 2] klem komen te zitten tussen partijen. Partijen hebben ieder een andere visie op hun ouderrol en de opvoeding van de minderjarigen. Volgens de man zijn er geen redenen om de voorlopig vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te beperken. De regeling die de man met de minderjarigen heeft, is al vrij beperkt. Het is niet in het belang van de minderjarigen, als zij minder tijd met de man kunnen doorbrengen. Ook zou de man graag zien dat er een regeling ten aanzien van het videobellen in het vonnis wordt opgenomen. De man kan instemmen met het voorstel om voor de belregeling te bepalen dat dit ook een filmpje mag zijn of dat de man even een verhaaltje voorleest. De man wijst er nog op, dat hij met de verhuizing van de vrouw en de minderjarigen naar Nederland heeft ingestemd, op voorwaarde dat hij als volwaardig ouder betrokken zou blijven. Hij heeft echter de indruk dat zijn rol als ouder steeds verder wordt beperkt. De man heeft er geen bezwaar tegen om zijn ouders tijdens de komende vier contactmomenten niet aanwezig te laten zijn.

3.3

De vrouw voert verweer tegen de vordering van de man in conventie en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn vordering, dan wel tot afwijzing van die vordering. In reconventie vordert de vrouw bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. aan de vrouw, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man,

toestemming te verlenen om de hulpverlening bij [praktijk] voor [minderjarige 1] opnieuw op

te starten/te hervatten en aan de vrouw, ter vervanging van de ontbrekende (onvoorwaardelijke) toestemming van de man, toestemming te verlenen alle voor deze

hulpverlening benodigde documenten te mogen ondertekenen;

II. de voorlopige zorgregeling te wijzigen in dier voege dat partijen voorlopig en in

afwachting van de resultaten van het raadsonderzoek/de behandeling van [minderjarige 1] uitvoering geven aan een zorgregeling waarbij de kinderen één weekend per maand op vrijdag en zaterdag van 9:00 uur tot 17:30 uur bij de man verblijven, althans een zodanige zorgregeling als uw rechtbank in goede justitie juist acht;

III. de Raad de opdracht te geven om onderzoek te doen en advies te geven over de definitieve zorgregeling.

3.4

Ter onderbouwing van haar verweer en vorderingen voert de vrouw, kort samengevat, het navolgende aan. Volgens de vrouw heeft de man geen spoedeisend belang bij zijn vordering, omdat de situatie al drie maanden speelt. Ook is de belregeling in onderling overleg meermaals van tijdstip gewijzigd. De man moet dan ook niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vorderingen. Verder stelt de vrouw dat de man zelf heeft voorgesteld om de contactregeling te wijzigen. Hij heeft daarmee zelf ingestemd met een gewijzigde contactregeling. Volgens de vrouw staat het werkschema van beide partijen niet toe, dat er een vast belmoment wordt vastgesteld. De man heeft bovendien niet eerder aan de vrouw aangegeven dat hij de wens heeft om een vaste belregeling af te spreken. Door te vorderen dat aan de nakoming van de regelingen een dwangsom moet worden verbonden, laat de man een escalerende houding zien. Volgens de vrouw is het aan de man te wijten dat de therapeute gestopt is met de hulpverlening aan [minderjarige 1]. [minderjarige 1] wordt hierdoor bedreigd in haar ontwikkeling. De vrouw verwijt ook de advocaat van de man, dat zij zich tegen het belang van [minderjarige 1] opstelt. De man heeft vervolgens niet meer mee willen werken aan het hervatten van de therapie aan [minderjarige 1]. [minderjarige 1] kampt volgens de vrouw voorts met slaapproblemen. Beide minderjarigen zijn ernstig ontregeld in gedrag en slaap, als zij bij de man hebben overnacht. De minderjarigen kunnen niet meer samen spelen en reageren slecht op elkaar. Ze zijn boos en reageren explosief. De minderjarigen eten, drinken en slapen slecht. Ook verliezen zij hun zelfstandigheid en zoeken de nabijheid van de vrouw. Volgens de vrouw duurt het weken voor de minderjarigen weer hersteld zijn. De vrouw en de man hebben in onderling overleg de contactregeling gewijzigd. De vrouw begrijpt dan ook niet dat de man haar nu verwijt, dat zij de contactregeling niet nakomt. De vrouw heeft bij de minderjarigen gemerkt dat de ontregeling afnam, sinds het moment dat zij niet meer bij de man overnachten. De vrouw vordert dan ook om de contactregeling te wijzigen zoals door haar voorgesteld. Zij geeft hierbij nog aan dat het belangrijk is dat de man gedurende de contactmomenten zelf contact heeft met de minderjarigen en dat hij niet de zorg voor de minderjarigen overlaat aan zijn ouders. Volgens de vrouw is het voor de minderjarigen noodzakelijk dat de Raad een onderzoek instelt naar de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De vrouw heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen in reconventie, omdat een bodemprocedure niet afgewacht kan worden. De vrouw vraagt de voorzieningenrechter om zich uit te laten over de wijze waarop de man een escalatie in de hand heeft gewerkt, door deze procedure te starten. Een escalatie die volgens de vrouw niet nodig is geweest. Volgens de vrouw heeft de man geen zicht op de gedragsproblemen die de minderjarigen bij haar thuis laten zien. Zij zou het liefst zien dat de minderjarigen voorlopig niet bij de man hoeven te overnachten. De vrouw wil niet dat de ouders van de man bij het contact aanwezig zijn. Zij heeft er geen vertrouwen in dat de man dit zelf zal regelen.

3.5

De Raad geeft aan dat het niet ongebruikelijk is, dat minderjarigen ander gedrag laten zien, als zij bij de andere ouder zijn geweest. Voor de minderjarigen heeft het verbreken van de relatie tussen partijen grote en ingrijpende gevolgen gehad. Zij zijn naar Nederland verhuisd en hebben eens per maand echt contact met de man. De vrouw staat er alleen voor in de zorg voor de minderjarigen. Duidelijk moet worden wat de vrouw nodig heeft om de minderjarigen naar de man te kunnen laten gaan. Het kan zijn dat partijen ieder een andere visie hebben op de opvoeding van de minderjarigen, maar deze moet in grote lijnen wel hetzelfde zijn. Daarover moet tussen partijen nog afspraken gemaakt worden. De man moet in dit traject meegenomen worden en hij moet weten wat er van hem verwacht wordt. De therapie van [minderjarige 1] zal zich eerst moeten richten op wat zij nodig heeft om meer stabiel te kunnen zijn. Vervolgens moet er zicht gekregen worden op de punten waar de man aan zal moeten werken en waardoor de vrouw de minderjarigen meer los kan gaan laten. De Raad adviseert partijen om zich te wenden tot mevrouw [naam]. Zij kan met partijen gaan onderzoeken wat zij van elkaar nodig hebben. De Raad ziet in hetgeen door de vrouw is aangegeven geen reden om de contactregeling tussen de man en de minderjarigen te beperken.

3.6

Nadat partijen hun standpunten mondeling hebben toegelicht is de behandeling ter zitting voor enige tijd geschorst om hen in de gelegenheid te stellen overleg te voeren.

3.7

Na hervatting van de behandeling zijn partijen het volgende overeengekomen. Partijen zullen zich wenden tot mevrouw [naam] voor een ouderschapstraject. Ook zijn partijen het eens dat de ouders van de man niet aanwezig zijn tijdens de contactmomenten. De vrouw staat er op dat het eerstvolgende contact nog zonder overnachting zal zijn. Zij heeft er nog onvoldoende vertrouwen in dat de man zijn ouders niet aanwezig zal laten zijn tijdens het contact. Zij wil de gelegenheid krijgen om haar vertrouwen in de man langzaam te laten herstellen.

3.8

In reactie hierop voegt de Raad nog toe dat de door de vrouw gestelde voorwaarden, niet meteen tot gevolg zullen hebben dat de minderjarigen geen gedragsproblemen meer zullen laten zien. Ook maakt het voor het overnachten bij de man niet uit of zijn ouders daar wel of niet bij aanwezig zijn. Het belangrijkste is dat partijen zicht krijgen op wat zij van elkaar verwachten en dat zij afspraken maken over hoe zij over de minderjarigen gaan communiceren. De Raad zal contact opnemen met mevrouw [naam], zodat het voor haar duidelijk is waar zij met partijen aan moet gaan werken.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1

Omdat het eerstvolgende contact tussen de man en de minderjarigen gepland stond op 24 januari 2025, heeft de voorzieningenrechter haar oordeel – zakelijk weergegeven – via e-mail aan de advocaten van partijen als volgt kenbaar gemaakt:

Het spoedeisend belang in de vorderingen over en weer is voldoende aangetoond.

De voorzieningenrechter verleent de vervangende toestemming zoals door de vrouw gevorderd.

Twee keer per week is er een beeldbelmoment tussen de man en de minderjarigen. Niet op vaste tijden, maar op het moment dat de minderjarigen iets aan de vader willen vertellen of als er iets leuks gebeurt. Als de vader op die momenten niet bereikbaar is, dan kan het moment gefilmd worden en aan vader worden gestuurd. De vader kan op zijn beurt ook filmpjes aan de minderjarigen sturen, waarin hij hen iets vertelt of iets laat zien.

Met ingang van 24 januari 2025 heeft de man het laatste weekend in de maand van vrijdag 9.00 uur tot zaterdag 17.00 uur contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2], op voorwaarde dat de man die volledige periode één op één contact heeft met de minderjarigen en dat zijn ouders volledig buiten beeld blijven het gehele weekend.

De therapeut van [minderjarige 1] krijgt de opdracht om te onderzoeken wat [minderjarige 1] nodig heeft en om duidelijk te krijgen wat de ouders moeten doen om haar te bieden wat zij nodig heeft.

Ook moet er iemand ( [naam]) komen die met de ouders gaat werken aan het herstel van vertrouwen en de oudercommunicatie, waarna geëvalueerd kan worden hoe de regeling verder gaat verlopen. Partijen gaan dit zelf initiëren.

Het vonnis, inclusief motivering volgt in de loop van volgende week.

4.2

De schriftelijke motivering van dit oordeel volgt hierna.

4.3

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van partijen bij hun vorderingen vast. Het is voor de minderjarigen van groot belang dat zij contact met de man kunnen hebben, op een voor hen passende wijze. Er moet dan ook zo spoedig mogelijk duidelijkheid komen over de wijze waarop zij contact met de man zullen hebben, nu partijen er zelf niet in slagen om tot overeenstemming te komen.

4.4

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

4.5

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

In conventie en in reconventie:

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken: contactregeling

4.6

De man heeft gevorderd om te bepalen dat hij recht heeft op contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de door hem voorgestelde wijze en inclusief overnachting. De vrouw is bereid om hiermee in te stemmen, op voorwaarde dat de ouders van de man daar niet bij aanwezig zijn, dat de man zelf voor de minderjarigen zorgt en dat de minderjarigen in het eerstvolgende weekend nog niet bij de man overnachten.

4.7

Uit de inhoud van de stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen het vertrouwen in elkaar als ouder zijn verloren. Partijen hebben ieder een eigen visie op de opvoeding van de minderjarigen en dragen deze opvoeding los van elkaar uit naar de minderjarigen. Als er tussen ouders twee uiteenlopende opvoedstijlen worden gehanteerd en zij niet in staat zijn om daarover samen te overleggen, dan is het niet opmerkelijk dat minderjarigen daarop gaan reageren en ander gedrag laten zien. Het is dan vooral zaak dat partijen met elkaar gaan werken aan het herstel van vertrouwen en hoe zij voortaan met elkaar over de minderjarigen gaan communiceren. Partijen hebben in dit verband aangegeven bereid te zijn om hiervoor op eigen initiatief een traject aan te gaan bij mevrouw [naam]. Te verwachten is dan ook dat partijen met elkaar afspraken gaan maken over de oudercommunicatie en dat zij gaan proberen om weer vertrouwen in elkaar te krijgen. Gelet hierop en het gegeven dat de tijd die de man en de minderjarigen samen kunnen doorbrengen al zeer beperkt is, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de minderjarigen ook in het eerstkomende weekend bij de man zullen overnachten. Het is voor het in stand houden van de band tussen de minderjarigen en de man heel belangrijk dat van dat contact ook deel uitmaakt, dat de man de minderjarigen naar bed kan brengen en dat zij samen kunnen ontbijten. Nu niet uit te sluiten is dat de minderjarigen reageren op de aanwezigheid en de bemoeienis van de ouders van de man tijdens de contactmomenten en hun aanwezigheid bovendien op grote weerstand bij de vrouw stuit, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de ouders van de man voortaan niet bij het contact aanwezig zullen zijn. De man zal van vrijdag 9.00 uur tot zaterdag 17.30 volledig beschikbaar zijn voor de minderjarigen. Hij zal er daarnaast voor zorgen dat zijn ouders in die periode geheel buiten beeld blijven.

4.8

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zullen de vorderingen van de vrouw onder II. en III. van haar eis in reconventie worden afgewezen.

In conventie:

beeldbelregeling

4.9

Tussen partijen is niet in geschil dat de man recht heeft op een beeldbelregeling met de minderjarigen. De man vordert om de beeldbelregeling, zoals door hem voorgesteld, vast te leggen. De vrouw geeft op haar beurt aan, dat het werkschema van partijen het niet toelaat dat er een vast beeldbelmoment wordt bepaald en dat er steeds gekeken moet worden wanneer het mogelijk is dat de man en de minderjarigen met elkaar kunnen beeldbellen.

4.10

Zoals onder 4.7 is overwogen, is het voor de minderjarigen van groot belang dat zij, nu zij door de afstand tussen hun woonplaats en die van de man, elkaar niet vaak kunnen bezoeken, toch hun band met elkaar kunnen behouden. Het is dan ook belangrijk dat er een regeling wordt getroffen, waarbij de minderjarigen digitaal contact met de man kunnen hebben en dat de vrouw dit faciliteert. De voorzieningenrechter ziet evenwel dat dit lastig is, door de wisselingen in het werkrooster van partijen. Ook zijn de minderjarigen nog zo jong, dat van hen niet verwacht kan worden, dat zij op gezette tijden en gedurende een bepaalde tijd de concentratie op kunnen brengen om met de man in gesprek te gaan. De voorzieningenrechter zal dan ook bepalen dat er twee keer per week een beeldbelmoment is tussen de man en de minderjarigen. Niet op vaste tijden, maar op het moment dat de minderjarigen iets aan de man willen vertellen of als er iets leuks gebeurt. Als de man op die momenten niet bereikbaar is, dan kan het moment gefilmd worden en aan de man worden gestuurd. De man kan op zijn beurt ook filmpjes aan de minderjarigen sturen, waarin hij hen iets vertelt of iets laat zien.

In reconventie:

Vervangende toestemming voor therapie aan [minderjarige 1]

4.11

Tussen partijen is niet in geschil dat [minderjarige 1] therapie nodig heeft en dat deze doorgang moet kunnen vinden. De man stelt echter wel als voorwaarde dat hij in dat traject wordt meegenomen.

4.12

Met partijen is de voorzieningenrechter van oordeel dat het voor [minderjarige 1] belangrijk is dat zij therapie en behandeling gaat krijgen voor de gedragsproblemen die zij laat zien. De therapeute heeft partijen te kennen gegeven dat zij de begeleiding aan [minderjarige 1] heeft gestopt, omdat de man via zijn advocaat vragen aan haar voorlegt over de organisatie en de inhoud van de behandeling en daarmee impliciet niet akkoord is met de voortzetting. De begeleiding kan volgens haar weer worden hervat, als de communicatie tussen partijen verbeterd is, zij met elkaar in gesprek kunnen gaan en dat zij informatie kunnen delen met elkaar. Daarbij zullen partijen akkoord moeten gaan met de volgende voorwaarden zoals door haar geformuleerd in de brief van 5 november 2024.

4.13

Uit de stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de man en de therapeute er samen niet uit zijn gekomen over welke informatie er wel of niet gedeeld gaat worden. De therapeute heeft hierop haar behandeling stopgezet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het echter voor [minderjarige 1] van groot belang dat het behandeltraject wordt voortgezet. Om onduidelijkheid op dit punt te voorkomen, zal de voorzieningenrechter de reconventionele vordering van de vrouw toewijzen, zoals door haar gevorderd. Daarbij gelden de volgende afspraken over welke informatie de therapeute met de man zal delen, waarbij wel van belang is dat de man ook het gezag heeft over [minderjarige 1] en hij om die reden alleen al bij de behandeling en de evaluatie daarvan betrokken moet worden. De therapeute heeft in voornoemde brief benoemd dat zij partijen zal betrekken bij de oudergesprekken, waarin het verloop van de begeleiding wordt besproken. Inhoudelijke informatie uit de gesprekken met [minderjarige 1] worden alleen gedeeld, als [minderjarige 1] daar toestemming voor heeft gegeven. De therapeute adviseert de man om een tolk bij de oudergesprekken aanwezig te laten zijn. De therapeute zal de man niet uitnodigen voor een intake, omdat voor haar de klacht vanuit [minderjarige 1] leidend is voor de behandeling. In de gevallen dat er niet rechtstreeks gecommuniceerd wordt, is het aan de berichtgevende partij om de andere partij daar in mee te nemen, zoals in de cc van een e-mail of in een whatsapp-groep.

De voorzieningenrechter geeft de therapeute als opdracht mee dat in de begeleiding van [minderjarige 1] zicht verkregen wordt op wat [minderjarige 1] nodig heeft van partijen en wat partijen daarvoor moeten gaan doen.

Begeleiding door mevrouw [naam]

4.14

Partijen zijn verder nog overeengekomen, dat zij zelf contact zullen opnemen met mevrouw [naam] voor een hulpverleningstraject, waarin zij gaan werken aan het herstel van het wederzijds vertrouwen en het verbeteren van de oudercommunicatie. De resultaten van dat traject kunnen worden meegenomen in de bodemprocedure tussen partijen met zaaknummer: C/02/399646 FA RK 22-3187. De Raad heeft toegezegd dat zij ook contact met mevrouw [naam] zal opnemen, zodat zij weet wat er van haar verwacht wordt en waarover zij de rechtbank moet informeren.

Dwangsom

4.15

De voorzieningenrechter zal aan de nakoming van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken geen dwangsom verbinden, omdat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de bereidheid van de vrouw om deze regeling uit te voeren. De vordering van de man zal op dit punt worden afgewezen.

Proceskosten

4.16

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Overige

4.17

Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie en in reconventie

5.1.

verandert de eerdere beschikking als volgt:

5.2

bepaalt dat de man en

1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedag 1] 2019,

2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedag 2] 2021;

in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met ingang van 24 januari 2025 recht hebben op contact met elkaar in het laatste weekend in de maand, van vrijdag 9.00 uur tot zaterdag 17.00 uur, op voorwaarde dat de man die volledige periode één op één contact heeft met de minderjarigen en dat zijn ouders het gehele weekend volledig buiten beeld blijven, alsmede elke week tijdens twee afzonderlijke beeldbelmomenten tussen de man en de minderjarigen, welke momenten niet op vaste tijden zullen zijn, maar op het moment dat de minderjarigen iets aan de man willen vertellen of als er iets leuks gebeurt. Als de man op die momenten niet bereikbaar is, dan kan het moment gefilmd worden en aan man worden gestuurd. De man kan op zijn beurt ook filmpjes aan de minderjarigen sturen, waarin hij hen iets vertelt of iets laat zien;

in reconventie

5.3

geeft aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming om de hulpverlening bij [praktijk] voor [minderjarige 1] opnieuw op

te starten/te hervatten en alle voor deze hulpverlening benodigde documenten te mogen ondertekenen;

in conventie en in reconventie

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van de Kraats, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024 in tegenwoordigheid van Joosen, griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.