Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 mei 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:2988Zaaknummer BRE - 25 _ 1395

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
BRE - 25 _ 1395
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VOVO

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier, op 14 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing
  4. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/1395

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 mei 2025 in de zaak tussen

de inspecteur van de belastingdienst, verzoeker,

en

[verweerder], uit Monaco, verweerder,

(gemachtigden: mr. A.B. Vissers en mr. R.M. van de Wal).

Inleiding

1. Op 25 februari 2025 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

1.1.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om de door de rechtbank aan hem opgelegde verplichting om alsnog uitspraak op het bezwaar van verweerder te doen en de daaraan gekoppelde dwangsom op te schorten.

1.2.

De verplichting volgt uit de uitspraak van de rechtbank van 10 december 2024[_c22db88d-a43c-47e1-bce8-6289f8a44184]. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld omdat de inspecteur volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 18 januari 2024 tegen de aanslag IB/PVV over het jaar 2020 gegrond verklaard, de inspecteur opgedragen binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken, bepaald dat de inspecteur aan belanghebbende een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt met een maximum van € 15.000 en de door de inspecteur te betalen dwangsom vastgesteld op € 1.442.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens verzoeker mr. M. van Eeken, mr. C.M.F. Verhelpen en mr. J.A.M. Bongers, verweerder en zijn gemachtigden.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Griffierecht

2. De inspecteur heeft het griffierecht voor deze procedure niet binnen de wettelijke termijn[_e9d21840-654a-4fb9-ab58-0c36ccec8fe1] van twee weken betaald. Ter zitting heeft de rechtbank als voorlopig oordeel gegeven dat te late betaling van griffierecht verschoonbaar is omdat in de brief van 3 april 2025, die moet worden aangemerkt als de (eerste) nota griffierecht, een te korte termijn voor betaling van het griffierecht is gesteld. De rechtbank ziet geen aanleiding om op haar voorlopig oordeel terug te komen en beslist dienovereenkomstig.

VOVO

3. De rechtbank heeft bij uitspraak van heden uitspraak gedaan op het verzet van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank van 10 december 2024 en beslist dat het verzet gegrond is, dat de uitspraak van de rechtbank van 10 december 2024 moet worden vernietigd en dat het beroep wegens het niet-tijdig beslissen ongegrond is. Voor dat geval hebben partijen ter zitting het standpunt ingenomen dat verzoeker geen belang meer heeft bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening. De rechtbank acht dat juist en beslist dienovereenkomstig. Dat betekent dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

4. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier, op 14 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.