Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 mei 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:2692Zaaknummer 23/11885

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
6 mei 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
23/11885
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek PKV afgewezen - niet toegekomen aan beroep

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 6 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
  2. VGZ Zorgkantoor B.V., verweerder
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/11885 WLZ

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. E.M.T. Korff),

en

VGZ Zorgkantoor B.V., verweerder

(gemachtigde: mr. M.A.G. Maessen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Zorgkantoor in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het Zorgkantoor van 30 oktober 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken, omdat zij inmiddels beschikking heeft over een passende rolstoel.

1.1.

De rechtbank heeft het Zorgkantoor in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Zorgkantoor heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_8b038f1b-ca04-4aea-a70c-475f81022b6d]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_e43c64a2-b93d-497d-87dd-3535f56d2d1e]

Is het Zorgkantoor aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus eerst beoordelen of het Zorgkantoor geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Het begrip ‘tegemoetkomen’ moet restrictief worden uitgelegd, in die zin dat er een relatie moet zijn tussen de gronden van het beroep en de handeling waarmee het bestuursorgaan alsnog de wensen van de indiener van het beroepschrift honoreert.

4.1.

Het Zorgkantoor heeft na overleg met de betrokken partijen een voor verzoekster geschikte rolstoel gevonden die in het depot aanwezig was en een nieuwe aanvraag voor deze rolstoel goedgekeurd. Daarmee is niet tegemoetgekomen aan het beroep (en de oorspronkelijke aanvraag) van verzoekster als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Er is slechts een regeling tussen partijen getroffen voor een andere rolstoel, waarmee verzoekster heeft ingestemd en waardoor zij geen belang meer heeft bij het huidige beroep. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 6 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.