Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 april 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:2563Zaaknummer BRE 24/7479

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25 april 2025
Publicatiedatum
5 mei 2025
Zaaknummer
BRE 24/7479
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

pkv

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van S.E. van Noort, griffier, op 25 april 2025, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], uit [plaats], verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/7479 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. I. Scheele),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar van het UWV. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 9 december 2024 alsnog een beslissing op bezwaar heeft genomen.

1.1.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop niet gereageerd.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_3cf12cbf-b389-48ad-9b85-b1243a4bf50c] De rechtbank heeft telefonisch contact opgenomen met de gemachtigde van verzoekster, omdat het formulier proceskosten niet duidelijk was ingevuld. Uit dit gesprek is gebleken dat zij vraagt om vergoeding van kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en griffierecht.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_3418927b-62b5-462f-9f6d-eaf038d601d9]

Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 1 november 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaar. Het UWV heeft op 9 december 2024 alsnog een beslissing op bezwaar genomen. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.

Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50, omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. De zaak gaat alleen over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Daarom is een factor 0,5 toegepast op de hoogte van het standaard bedrag. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.[_30c910bd-95aa-48bf-90b5-33ab3d6c9854]Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van S.E. van Noort, griffier, op 25 april 2025, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.