Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 april 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:2226Zaaknummer 24/2917 en 24/2918
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 april 2025
- Publicatiedatum
- 25 april 2025
- Zaaknummer
- 24/2917 en 24/2918
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WOZ garagebox, ongegrond.
5 Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier, op 17 april 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/2917 en 24/2918
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A. Bakker verbonden aan Maatschap WOZ Juristen),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Bergen op Zoom), de heffingsambtenaar.
1 Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de (in een document weergegeven) uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 25 januari 2024.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onderstaande onroerende zaken (de objecten) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld (de beschikkingen). Met deze waardevaststelling zijn aan belanghebbende ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bergen op Zoom voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslagen).
| Zaaknummer | Object | Waarde |
| BRE 24/2917 | [adres 1] te [plaats] | € 200.000 |
| BRE 24/2918 | [adres 2] te [plaats] | € 19.000 |
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam] en [taxateur]. Belanghebbende en zijn gemachtigde zijn zonder kennisgeving niet verschenen. De gemachtigde van belanghebbende is via het systeem Digitale Toegang op 8 januari 2024, 15:22 uur, onder vermelding van plaats, datum en tijdstip uitgenodigd de zitting bij te wonen. De rechtbank stelt daarmee vast dat de gemachtigde correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de volgende objecten. De objecten hebben de volgende kenmerken:
| Object | Soort object | Bouwjaar | Oppervlakte |
| [adres 1] te [plaats] | Galerijflat (woning) | 1960 | 99 m2 |
| [adres 2] te [plaats] | Garagebox | 1970 | 22 m2 |
3 Beoordeling door de rechtbank
[adres 1] te [plaats]
Op 20 maart 2025 heeft belanghebbende zijn beroep tegen de WOZ-beschikking en de aanslag van het object [adres 1] te [plaats] ingetrokken (zaaknummer BRE 24/2917). Dat beroep wordt daarom niet meer besproken.
Naar aanleiding van de intrekking heeft de rechtbank gemachtigde van belanghebbende via het systeem Digitale Toegang op 26 maart 2025 verzocht om de rechtbank mede te delen of deze intrekking ook bedoeld is voor het samenhangede zaaknummer (zaaknummer BRE 24/2918). De rechtbank heeft daarop geen reactie ontvangen.
[adres 2] te [plaats]
Partijen zijn het – kennelijk – niet eens over de hoogte van de WOZ-waarde van het object [adres 2] te [plaats]. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met de door hem overgelegde taxatiematrix aannemelijk gemaakt dat de waarde van het object niet te hoog is vastgesteld. Voorts constateert de rechtbank dat door belanghebbende in beroep geen inhoudelijke gronden ter zake van de waarde van dit object zijn aangevoerd. De rechtbank acht een verdere bespreking dan ook niet nodig.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de waarde van het object voor het belastingjaar 2023 niet te hoog vastgesteld.
4 Conclusie en gevolgen
Het beroep met betrekking tot het object [adres 2] te [plaats] (zaaknummer BRE 24/2918) zal ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven.
Omdat het beroep ongegrond is krijgt belanghebbende zijn griffierecht niet vergoed.
5 Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier, op 17 april 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.