Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 maart 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:1657Zaaknummer 24/3974 WSFBSF
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 maart 2025
- Publicatiedatum
- 27 maart 2025
- Zaaknummer
- 24/3974 WSFBSF
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Pkv na intrekking. Schadevergoeding afgewezen want verzoek onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank:
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 24 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| rechter |
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3974 WSFBSF
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
en
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van DUO tot vergoeding van proceskosten en schade. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van DUO van 22 april 2024.
De rechtbank heeft DUO in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek van verzoekster. DUO heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen reden is om schade te vergoeden.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_212e1acc-7020-4303-b36d-697465aec109]
Beoordeling door de rechtbank
Proceskosten
2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de besluiten van 23 januari 2025 dat DUO aan verzoekster is tegemoetgekomen.. Uit de opgave van verzoekster blijkt echter dat zij geen kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Het verzoek om proceskostenveroordeling zal daarom worden afgewezen.
Schadevergoeding
3. Verzoekster heeft verzocht om vergoeding van emotionele schade en reparatie van schade aan haar auto tot een bedrag van € 550,-. De rechtbank is van oordeel dat dit verzoek moet worden afgewezen, reeds omdat het verzoek onvoldoende is onderbouwd.
Griffierecht
4. De rechtbank wijst erop dat DUO verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.[_bc553c16-3c45-40de-84e2-fb15fa17a02a]Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot DUO wenden.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 24 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| rechter |
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.