Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 maart 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:1411Zaaknummer BRE 24/5785

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
19 maart 2025
Zaaknummer
BRE 24/5785
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Uitspraak proceskostenvergoeding

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Koek, rechter, in aanwezigheid van M. Choyoua, griffier, op 11 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], uit [plaats], verzoekster
  2. Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen).
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/5785

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. R.E. Bogaards),

en

Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft beroep ingesteld omdat de Dienst Toeslagen niet tijdig op haar verzoek tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag heeft beslist. Zij heeft verzocht de Dienst Toeslagen te veroordelen in de proceskosten bij de intrekking van dit beroep. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de Dienst Toeslagen op 30 oktober 2024 alsnog heeft beslist op haar verzoek.

1.1.

De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De Dienst Toeslagen heeft hierop niet gereageerd, maar heeft eerder in het verweerschrift al erkend dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_1fd6a8bb-903a-4005-8e1c-baa283428637]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_04a3dd92-f3d3-4ae0-82f6-f33f7a7bf0de]

Is de Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of de Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 12 juli 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld omdat de Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar verzoek van 21 januari 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft op 30 oktober 2024 alsnog beslist op haar verzoek. Hiermee is de Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.

Welk bedrag aan proceskosten moet de Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank ziet geen aanleiding om in afwijking van de hoogste bestuursrechters[_3a1198dc-265b-4685-aed4-0e4b485cf6ad] een lagere wegingsfactor (0,25 in plaats van 0,5), zoals verzocht door de Dienst Toeslagen, toe te passen.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.[_31d38f0c-83a9-42a6-8ae9-6e191a0c4f6d]Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot de Dienst Toeslagen wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Koek, rechter, in aanwezigheid van M. Choyoua, griffier, op 11 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.