Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 januari 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:1322Zaaknummer 11004858 CV EXPL 24-1041 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
11004858 CV EXPL 24-1041 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Treintje rijden. Na tussenvonnis en akte is de kantonrechter van oordeel dat de mogelijke cumulatie van bedingen uit de algemene voorwaarden de bedingen oneerlijk maakt. De vordering wordt afgewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt Q-Park in de proceskosten van € 50,00,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. TRouwen en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11004858 \ CV EXPL 24-1041

Vonnis van 15 januari 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Q-Park,

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel, advocaat te Maastricht,

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 juni 2024; - de akte van Q-Park; - de antwoordakte van [gedaagde].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In het voornoemde tussenvonnis heeft de kantonrechter het verweer van [gedaagde] gepasseerd. Vervolgens is Q-Park in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de mogelijkheid dat de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 van haar algemene voorwaarden in onderling verband en in samenhang bezien oneerlijk kunnen worden bevonden.

2.2.

Q-Park voert aan dat het juist is dat zij (in theorie) op alle vijf de bedingen een beroep kan doen als sprake is van treintje rijden. Dit zorgt er echter niet voor dat de consument meer schade moet vergoeden dan daadwerkelijk is geleden door Q-Park. Ook is het niet zo dat Q-Park ‘dubbele’ schadevergoeding zou kunnen vorderen. Daarbij had Q-Park dezelfde vorderingen op grond van de wet in kunnen stellen. De bedingen in de algemene voorwaarden dienen enkel als verduidelijking en waarschuwing voor de consument. De artikelen 5.6 tot en met 5.8 van de algemene voorwaarden gaan in beginsel uit van het tarief verloren kaart, omdat Q-Park niet in alle gevallen kan vaststellen hoe lang de klant heeft geparkeerd. Dit kan altijd worden teruggebracht of worden verhoogd als vast komt te staan hoe lang de klant daadwerkelijk heeft geparkeerd. Het is niet de bedoeling dat daarnaast nog het tarief verloren kaart in rekening wordt gebracht. Artikel 7.5 van de algemene voorwaarden ziet op door de consument veroorzaakte schade. Dit beding is, naast de voornoemde bedingen, niet oneerlijk, omdat dit op ruimere schades ziet dan de schade die samenhangt met het ‘treintje rijden’. Artikel 8.1 van de algemene voorwaarden ziet in het algemeen op het niet-nakomen van de overeenkomst. Dit artikel is enkel ter verduidelijking aan de consument opgenomen in de algemene voorwaarden. Het is niet zo dat dit artikel tezamen met 5.6 tot en met 5.8 ingeroepen kan worden. Q-Park ziet niet in hoe zij zich op basis van een combinatie van de artikelen zou kunnen verrijken. Q-Park maakt via artikel 8.2, naast de schadevergoeding op grond van de eerdere artikelen, aanspraak op de buitengerechtelijke kosten. Het minimale bedrag van € 250,00 geldt niet voor consumenten, nu uit het artikel volgt dat andere wettelijke regeling voorgaat. Artikel 8.3 van de algemene voorwaarden is een uitwerking van het retentierecht van Q-Park. Dit kan ook tegen een consument worden ingeroepen. Q-Park concludeert dat de artikelen op zichzelf niet oneerlijk zijn. Dit is ook al jaren zo bevonden door kantonrechters. Zij heeft niet de mogelijkheid op meerdere bedingen tegelijkertijd een beroep te doen, zodat zij niet een hogere schadevergoeding zou kunnen vorderen dan zij daadwerkelijk heeft geleden. Bovendien heeft Q-Park haar voorwaarden onlangs gewijzigd en een beding opgenomen dat een dubbele schadevergoeding uitsluit.

2.3.

[gedaagde] benadrukt in zijn antwoordakte nogmaals dat het niet zijn bedoeling was treintje te rijden. Hij had immers een uitrijkaart. Voor zover hij de vordering moet voldoen, kan hij het bedrag niet in één keer betalen.

2.4.

De kantonrechter overweegt dat, ook als de bedingen niet tegelijkertijd ingeroepen worden, dit niet betekent de bedingen niet oneerlijk zijn. De achteraf door Q-Park gegeven uitleg en de omstandigheid dat Q-Park zich in de praktijk niet beroept op meerdere bedingen tegelijkertijd zijn immers niet van invloed op de kwalificatie van de bedingen. Het gaat er om dat Q-Park met de door haar gehanteerde algemene voorwaarden bij het aangaan van de overeenkomst de mogelijkheid heeft gecreëerd om op alle bedingen tegelijkertijd een beroep te kunnen doen. Of zij dit vervolgens ook daadwerkelijk doet is voor de weging of bedingen eerlijk zijn niet relevant.

2.5.

Anders dan Q-Park betoogt valt uit de tekst van de bedingen niet op te maken dat zij een andere strekking hebben en op andere situaties zien. De betreffende bedingen hebben alle betrekking op (vergoeding van) schade die ontstaat door het niet nakomen van de overeenkomst en zijn zodanig ruim geformuleerd, dat Q-Park in het geval van treintje rijden, op alle vijf de bedingen een beroep zou kunnen doen. Het cumulatieve effect van de bedingen is dat Q-Park de consument met een schadevergoeding zou kunnen confronteren die de daadwerkelijk geleden schade (ver) overstijgt. Bovendien voorzien de algemene voorwaarden van Q-Park er ook nog in dat de schade ter plaatse moet worden vergoed, dat Q-Park gerechtigd is het motorvoertuig van de consument onder zich te houden en dat zij maatregelen kan treffen zoals het aanbrengen van een wielklem, zolang niet alles is betaald. De conclusie is dat de bedingen het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. De artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1 en 8.3 zijn daarom in onderlinge samenhang beschouwd oneerlijk en worden vernietigd.

2.6.

Het feit dat Q-Park inmiddels haar algemene voorwaarden heeft aangepast is in deze zaak niet van belang, omdat die aangepaste voorwaarden in deze zaak niet gelden.

2.7.

De kantonrechter komt tot de conclusie dat de vordering van Q-Park niet toewijsbaar is.

2.8.

Q-Park is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 voor het verschijnen op de rolzitting van 27 maart 2024.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt Q-Park in de proceskosten van € 50,00,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. TRouwen en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.