Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 januari 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:116Zaaknummer 23/10192

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 januari 2025
Publicatiedatum
16 januari 2025
Zaaknummer
23/10192
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

tot en met 23/10194. Bijtelling privégebruik auto. Beroep tegen de navorderingsaanslag 2020 niet-ontvankelijk. Overige beroepen ongegrond.

De rechtbank verklaart:

  • het beroep tegen de navorderingsaanslag over het jaar 2020 niet-ontvankelijk;
  • de beroepen tegen de navorderingsaanslagen over de jaren 2019 en 2021 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. D. Damen, griffier, op 9 januari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Feiten
  4. Overwegingen
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 23/10192 tot en met 23/10194

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2025 in de zaken tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde])

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de (in één geschrift vervatte) uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 6 oktober 2023.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende over de jaren 2019 tot en met 2021 de volgende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd (de navorderingsaanslagen). Gelijktijdig heeft de inspecteur telkens belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikkingen). De aanslagen zijn opgelegd naar de hiernavolgende inkomens:

JaarBelastbaar inkomen uit werk en woningVoordeel uit aanmerkelijk belang
2019€ 27.606nihil
2020€ 27.992€ 1.927
2021€ 39.715€ 7.769
1.2.

Belanghebbende heeft het bezwaar tegen de navorderingsaanslag over het jaar 2020 ingetrokken op 31 augustus 2023.

1.3.

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen over de jaren 2019 en 2021 ongegrond verklaard.

1.4.

De rechtbank heeft de beroepen op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1], mr. [inspecteur 2] en mr. [inspecteur 3]. Belanghebbende heeft de rechtbank op 18 oktober 2024 telefonisch geïnformeerd dat hij zich heeft vergist in de zittingsdatum en dat hij daardoor niet aanwezig was. De rechtbank heeft hierin geen reden gezien om het onderzoek te heropenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de navorderingsaanslagen en de belastingrentebeschikkingen terecht en niet tot te hoge bedragen aan belanghebbende zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

2.1.

Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep tegen de navorderingsaanslag voor het jaar 2020 niet-ontvankelijk. De navorderingsaanslagen over de jaren 2019 en 2021 zijn terecht en niet tot te hoge bedragen opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze oordelen komt en welke gevolg deze oordelen hebben.

Feiten

3. Belanghebbende had in de onderhavige jaren een fiscaal partner, [gemachtigde] (de fiscaal partner).

3.1.

Belanghebbende hield in de onderhavige jaren (vanaf 12 maart 2019) samen met zijn fiscaal partner – ieder voor 50% – alle aandelen in [B.V. 1].

3.2.

[B.V. 1] heeft aan belanghebbende en zijn partner vanaf 4 juli 2019 tot en met 2020 een auto, een Volkswagen Transporter (de Transporter) met [kenteken 1] en een cataloguswaarde van € 26.177 ter beschikking gesteld. Over het jaar 2019 is geen kilometeradministratie overgelegd. Over het jaar 2020 heeft belanghebbende een kilometeradministratie overgelegd op basis waarvan de inspecteur heeft geoordeeld dat de Transporter in 2020 niet voor privédoeleinden is gebruikt.

3.3.

[B.V. 1] heeft vanaf 24 juni 2021 een Volkswagen Golf (de Golf) met [kenteken 2] en een cataloguswaarde van € 32.745 aan belanghebbende en zijn partner ter beschikking gesteld.

3.4.

Belanghebbende heeft in de aangiften IB/PVV de volgende inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking aangegeven:

201920202021
Loon uit tegenwoordige dienstbetrekking
- [bedrijf 1]€ 693€ 928€ 11.480
- [bedrijf 2]€ 11.791€ 25.137€ 18.821
- [bedrijf 3]€ 13.487nihilnihil

De primitieve aanslagen zijn conform de aangiften geautomatiseerd opgelegd.

3.5.

Bij [B.V. 1] heeft ten aanzien van de onderhavige jaren een boekenonderzoek plaatsgevonden. Daarbij is de aanvaardbaarheid onderzocht van de aangiften loonheffingen en omzetbelasting over de periode 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2022. Het controlerapport dat naar aanleiding van het boekenonderzoek is opgesteld dateert van 21 april 2023.

3.6.

Op basis van dit controlerapport zijn de navorderingsaanslagen opgelegd. Hierbij heeft de inspecteur correcties toegepast vanwege een bijtelling privégebruik auto van de zaak en inkomen uit aanmerkelijk belang (onttrekkingen). Deze correcties kunnen als volgt weergegeven worden:

201920202021
Inkomen uit werk en woning (vastgesteld)€ 25.97126.065€ 16.971
Correctie loon van [B.V. 1] (bijtelling privégebruik auto van de zaak)€ 1.636nihil€ 1.685
Correctie inkomen uit aanmerkelijk belang
- [B.V. 1]nihil€ 1.927€ 2.784
- [bedrijf 4]nihilnihil€ 4.985
3.7.

Belanghebbende heeft op 31 augustus 2023 gereageerd op een informatieverzoek van de inspecteur ten aanzien van de bezwaarschriften tegen de navorderingsaanslagen. In de reactie staat (onder meer) het volgende:

“De Bezwaar op het jaar 2020 wordt met deze dan ingetrokken.”

Overwegingen

Vooraf / beroep tegen de navorderingsaanslag voor het jaar 2020 niet-ontvankelijk

4. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende zijn bezwaarschrift tegen de navorderingsaanslag over het jaar 2020 heeft ingetrokken bij zijn brief van 31 augustus 2023 (zie 3.7). Vaststaat dat de inspecteur voor het jaar 2020 geen uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Dat is ook niet (meer) mogelijk als het bezwaar is ingetrokken. Aangezien geen sprake is van een voor beroep vatbare beschikking, is de rechtbank van oordeel dat het beroep tegen de navorderingsaanslag voor het jaar 2020 niet-ontvankelijk is.

Bijtelling privégebruik auto

4.1.

Belanghebbende stelt dat [B.V. 1], gezien haar financiële situatie, niet in staat was het gebruikelijk loon over de jaren 2019 en 2021 uit te betalen. Bij het opleggen van de navorderingsaanslagen is loon in aanmerking genomen dat hij niet heeft ontvangen.De correctie(s) van het voordeel uit aanmerkelijk betwist belanghebbende niet.

4.2.

De rechtbank stelt vast dat belanghebbende niet betwist dat [B.V. 1] aan hem in bepaalde perioden in 2019 en 2021 een auto van de zaak ter beschikking heeft gesteld (zie 3.2 en 3.3). Een bijtelling wegens privégebruik van een auto van de zaak is loon in natura. In die zin faalt de stelling van belanghebbende dat [B.V. 1] niet in staat was om het loon aan hem uit te betalen en hij dit loon ook niet heeft ontvangen. [B.V. 1] heeft de auto’s ter beschikking gesteld en belanghebbende heeft loon in natura genoten omdat hij voor privédoeleinden van deze auto’s gebruik kon maken.

4.3.

De rechtbank stelt vast dat belanghebbende geen kilometeradministratie of ander bewijs heeft overgelegd waaruit blijkt dat de ter beschikking gestelde auto’s in 2019 en 2021 minder dan 500 kilometer op jaarbasis voor privédoeleinden zijn gebruikt gedurende de periode van terbeschikkingstelling.[_4f86f709-aa8c-492e-83b2-a0198465524f] De rechtbank is daarom van oordeel dat de inspecteur terecht een correctie vanwege privégebruik auto van de zaak over deze jaren in aanmerking heeft genomen. Belanghebbende heeft de wijze waarop de inspecteur deze correcties heeft berekend niet betwist. Dit brengt mee dat de navorderingsaanslagen over de jaren 2019 en 2021 terecht en niet tot te hoge bedragen zijn opgelegd.

Belastingrente

4.4.

De beroepen worden geacht mede betrekking te hebben op de belastingrentebeschikkingen. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikkingen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen de navorderingsaanslag over het jaar 2020 is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank dit beroep niet inhoudelijk beoordeelt en de navorderingsaanslag voor het jaar 2020 en de bijbehorende belastingrentebeschikking in stand blijven.

5.1

De beroepen tegen de navorderingsaanslagen over de jaren 2019 en 2021 zijn ongegrond.

5.2

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Ook krijgt belanghebbende het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart:

  • het beroep tegen de navorderingsaanslag over het jaar 2020 niet-ontvankelijk;
  • de beroepen tegen de navorderingsaanslagen over de jaren 2019 en 2021 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. D. Damen, griffier, op 9 januari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

  1. Artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.