Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 februari 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:1052Zaaknummer 24/6230

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
24/6230
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geweigerde toelating bijzonder onderwijs, rechtbank onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, op 25 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtpsraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:1, eerste lid

Onder bestuursorgaan wordt verstaan:

  • orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
  • een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

Artikel 1:3, eerste lid

Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 7:1, eerste lid

Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken.

Artikel 8:1

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Wet op het primair onderwijs

Artikel 55

Een bijzondere school wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens de statuten of reglementen het geven van onderwijs ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep
  6. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/6230

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres,

en

het college van bestuur van [stichting], het college van bestuur.

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres naar aanleiding van de geweigerde toelating van haar [dochter] tot een drietal basisscholen in [plaats].

Het college van bestuur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 24 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van het college van bestuur (mr. M.A.M. van der Linden, [gemachtigde 1], [gemachtigde 2], [gemachtigde 3] ). Eiseres was niet aanwezig.

Overwegingen

1. Eiseres heeft [dochter] in 2023 aangemeld bij drie basisscholen in [plaats]: [basisschool 1], [basisschool 2], en [basisschool 3]. Alle drie de scholen hebben [dochter] echter niet toegelaten vanwege een tekort aan beschikbare plaatsen. [dochter] is op een wachtlijst geplaatst.

2. Eiseres heeft hiertegen op 16 mei en 30 mei 2024 bezwaar gemaakt bij het college van bestuur. Bij brief van 21 juni 2024 heeft het college van bestuur eiseres bericht dat haar bezwaar niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Op 1 augustus 2024 heeft eiseres hiertegen beroep ingediend bij de rechtbank.

3. Het college van bestuur heeft aangevoerd dat de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, omdat het college van bestuur een privaatrechtelijke rechtspersoon is en geen bestuursorgaan in de zin van Algemene wet bestuursrecht (Awb). Om die reden is de brief van 21 juni 2024 geen besluit in de zin van de Awb waartegen beroep openstaat.

Bevoegdheid

4. De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

5. Beroep bij de bestuursrechter kan alleen worden ingesteld tegen een besluit, zo volgt uit artikel 8:1 van de Awb. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb staat uitgelegd wat onder een besluit wordt verstaan. Dit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. In artikel 1:1, eerste lid, van de Awb is bepaald wat onder een bestuursorgaan moet worden verstaan.

6. De rechtbank stelt vast dat de drie basisscholen onderdeel uitmaken van [stichting]. De drie basisscholen zijn bijzondere scholen in de zin van de Wet op het primair onderwijs (Wpo).

7. In deze zaak is niet voldaan aan de voorwaarden die worden gesteld aan een besluit. De rechtbank stelt vast dat [stichting] het bevoegd gezag is van de drie betrokken bijzondere scholen, die voldoet aan artikel 55 van de Wpo. Daarom kan [stichting] ten aanzien van de drie bijzondere scholen niet worden aangemerkt als een krachtens publiekrecht ingesteld orgaan van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb (a-orgaan). De rechtbank moet vervolgens beoordelen of [stichting] ten aanzien van de drie bijzondere scholen een bestuursorgaan is in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb (b-orgaan). Daarvoor is bepalend of aan hem een publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten is toegekend.

8. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft, in lijn met de wetgever, bevestigd dat voor bijzondere instellingen en hun organen geldt dat de Awb niet op hun handelen van toepassing is en dat zij in zoverre reeds hierom niet als b-orgaan kunnen worden aangemerkt. Gelet hierop nemen bijzondere instellingen noch de organen daarvan besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Er bestaat een uitzondering op deze regel wanneer er sprake is van een beslissing van het bevoegd gezag van een bijzondere school omtrent de afgifte van het getuigschrift.[_5211c542-f4db-4ba8-a010-9c2540248180]

9. De rechtbank is van oordeel dat de geweigerde toelatingen in dit geval niet onder deze uitzonderingsregel vallen. Gelet hierop kan er ingevolge artikel 8:1 van de Awb geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren om van het beroepschrift kennis te nemen. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, op 25 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtpsraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:1, eerste lid

Onder bestuursorgaan wordt verstaan:

  • orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
  • een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

Artikel 1:3, eerste lid

Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 7:1, eerste lid

Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken.

Artikel 8:1

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Wet op het primair onderwijs

Artikel 55

Een bijzondere school wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens de statuten of reglementen het geven van onderwijs ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.