Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 oktober 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:6730Zaaknummer 11043144 OV VERZ 24-1687

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 oktober 2024
Publicatiedatum
15 oktober 2024
Zaaknummer
11043144 OV VERZ 24-1687
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Verzoek tot verwerping nalatenschap namens minderjarige. Ondanks verzoek om nadere informatie waarom het in het belang is van de minderjarige om de nalatenschap te verwerpen, hebben verzoekers niet meer gereageerd. Nu niet aannemelijk is dat de nalatenschap negatief is, acht de kantonrechter de verwerping niet in het belang van de minderjarige. Afwijzing verzoek.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Lende-Mulder Smit, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer / rekestnummer: 11043144 \ OV VERZ 24-1687

Beschikking van 2 oktober 2024

in de zaak van

1 [verzoeker 1],

2. [verzoeker 2],

te [plaats 1] ,verzoekende partijen,

in de hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarig kind:

[minderjarige], geboren te [plaats 2], [land] op [datum] 2024,

wonende te [plaats 1],

hierna te noemen: de minderjarige.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van 5 juli 2024, met de daarin genoemde stukken.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter heeft verzoekers in de gelegenheid gesteld om een afschrift van de notariële akte te verstrekken waaruit blijkt dat verzoekster sub 1 de nalatenschap heeft verworpen en concreet toe te lichten waarom het volgens verzoekers in het belang van de minderjarige is om de nalatenschap te verwerpen.

2.2.

Ondanks herinnering per brief van 21 augustus 2024 hebben verzoekers niet gereageerd. Zoals uit de beschikking van 5 juli 2024 onder 3.6 volgt, was het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat het niet in het belang van de minderjarige is om de nalatenschap te verwerpen nu niet aannemelijk is dat deze negatief is. Omdat verzoekers niet meer hebben gereageerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding om op haar voorlopige oordeel terug te komen. Dat heeft tot gevolg dat de kantonrechter het verzoek zal afwijzen.

2.3.

Dit brengt met zich dat verzoekers de nalatenschap namens de minderjarige onder voorrecht van boedelbeschrijving dienen te aanvaarden, op het moment dat de minderjarige tot de nalatenschap wordt geroepen. De kantonrechter wijst verzoekers erop dat met de afwijzing van de verzochte machtiging de nalatenschap namens de minderjarige nog niet is aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving. Voor zover nodig of gewenst dienen verzoekers zich te laten adviseren omtrent de wijze waarop en (de plaats) waar de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving dient te worden aanvaard.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Lende-Mulder Smit, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.