Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juli 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:6014Zaaknummer AWB-23-1694
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 juli 2024
- Publicatiedatum
- 5 september 2024
- Zaaknummer
- AWB-23-1694
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
*Let op: de hieronder weergegeven uitspraak, is de uitspraak die is gedaan en verzonden aan partijen. Onder dit zaaknummer is eerder per abuis een onjuiste versie van de uitspraak gepubliceerd op 25 juli 2024 (ECLI:NL:RBZWB:2024:4777). De publicatie van die onjuiste uitspraak is rechtgezet door publicatie van onderhavige uitspraak.*
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 18 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1694
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. R. van der Weide, verbonden aan Bezwaarmaker.nl),
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland (gemeente Sluis), de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade dat is gedaan in het kader van een beroepsprocedure tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 januari 2023.
Belanghebbende is in beroep gekomen. Op 25 juni 2024 heeft de rechtbank een intrekking van het beroep van belanghebbende ontvangen. Partijen hebben een compromis gesloten over de WOZ-waarde en de proceskostenvergoeding.
Overwegingen
2. Belanghebbende heeft bij intrekking een verzoek tot vergoeding van immateriële schade gedaan, op welk verzoek de rechtbank in deze uitspraak beslist. Belanghebbende doet een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024.[_94fd09d4-e029-4161-91a2-6fb4b0f17534]
De redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep bedraagt twee jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. Het bezwaarschrift is op 4 maart 2022 door de heffingsambtenaar ontvangen. De redelijke termijn van twee jaar is met afgerond 5 maanden overschreden.
De rechtbank overweegt als volgt. Het is aan belanghebbende om feiten te stellen om de omvang van het financiële belang vast te stellen of op zijn minst te schatten dat het financiële belang minimaal € 1.000 is.[_d095f4ac-f89b-40d3-b9ee-dbf0eaf2edd9] Belanghebbende heeft dat niet gedaan en het dossier geeft ook geen aanleiding dat het financiële belang groter is dan € 1.000. Wel gaat de rechtbank ervan uit dat het financiële belang groter is dan € 15. In het licht van het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 volstaat de rechtbank met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Het arrest waar belanghebbende naar verwijst maakt dit niet anders.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 18 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.