Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:5059Zaaknummer BRE 24/943

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 juli 2024
Publicatiedatum
1 augustus 2024
Zaaknummer
BRE 24/943
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 23 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], uit [plaats], verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/943

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

en

de minister voor Natuur en Stikstof.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar verzoek van 26 oktober 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 19 december 2023 op dit verzoek had beslist.

1.1.

De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank meegedeeld bereid te zijn het griffierecht te vergoeden.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_dd61977f-1b86-4df4-ada0-588e1b113f5d]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_f2f569ac-c45c-4615-b6c8-a41f2dcbfba1]

Is de minister aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De minister is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Bpb.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

5. De rechtbank wijst erop dat de minister bereid is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor tot de minister wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 23 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.