Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 mei 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:3120Zaaknummer 11022041 OV VERZ 24-1482 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
15 mei 2024
Zaaknummer
11022041 OV VERZ 24-1482 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht, voorschrijven maatregelen behoud goederen art. 4:191 lid 2 BW (E)

2 De beslissing

De kantonrechter:

bepaalt bij wijze van maatregel dat de nalatenschap van erflaatster tijdelijk, te weten voor de duur van 6 maanden te rekenen vanaf heden, dient te worden beheerd;

benoemt tot tijdelijk beheerder:

mr. [verzoeker], notaris te [plaats 1],

[adres] [plaats 1],

zodat mr. [verzoeker] in het beheer van de nalatenschap kan worden voorzien om de noodzakelijk gemaakte kosten te kunnen declareren, de erfgenamen op te sporen en het restant van de nalatenschap te mogen storten in de consignatiekas, de rekening op te heffen en om alles verder te doen wat in verband hiermee nodig of wenselijk mocht zijn, een en ander onder de verplichting om van alle werkzaamheden aantekening te houden en te zijner tijd aan de erfgenamen rekening en verantwoording af te leggen;

legt aan mr. [verzoeker] verplichting op om na afloop van de hiervoor genoemde termijn van zes maanden schriftelijk verslag uit te brengen aan de kantonrechter over de stand van zaken en de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

Deze beschikking is gegeven door mr. van der Burgt, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 mei 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 11022041 OV VERZ 24-1482

beschikking d.d. 3 mei 2024 op een verzoek als bedoeld in artikel 4:191 lid 2 BW

ingediend door:

mr. [verzoeker], als notaris werkzaam bij [notarissenkantoor] te [plaats 1],

hierna te noemen “verzoeker”.

1 Het verzoek en de beoordeling

1.1

Op 22 maart 2024 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift met bijlagen, ingediend door verzoeker voornoemd.

1.2

Het betreft een verzoek inzake de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] (hierna te noemen “erflaatster”), geboren te [plaats 2] [land] op [geboortedag 1] 1933 en overleden te [plaats 3] op [datum] 2008. De laatste woonplaats van erflaatster was [plaats 3]. Het verzoek strekt ertoe aan verzoeker het (al dan niet tijdelijk) beheer van voormelde nalatenschap op te dragen ex artikel 4:191 lid 2 BW.

1.3

Erflaatster heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt. Op grond van de bepalingen van de wet heeft zij tot haar erfgenamen achtergelaten haar [dochter 1], geboren op [geboortedag 2] 1955 en haar [dochter 2], geboren op [geboortedag 3] 1961, wie op enig moment zou zijn vertrokken naar [land]. Van beide erfgenamen is niet bekend of zij thans nog in leven zijn en waar zij momenteel verblijven. Verzoeker stelt dat hij bovengenoemde erfgenamen niet kan bereiken, zodat er geen verklaring van erfrecht kan worden opgemaakt, de kosten niet kunnen worden gedeclareerd en de nalatenschap niet kan worden afgewikkeld. De nalatenschap bestaat, voor zover bekend, uit een beperkt banktegoed.

1.4

De kantonrechter overweegt als volgt. In artikel 4:191 lid 2 BW is bepaald dat de kantonrechter, zolang de nalatenschap niet door alle erfgenamen is aanvaard, maatregelen kan voorschrijven die hij tot behoud van de goederen nodig acht. In de gegeven situatie is de kantonrechter van oordeel dat de verzochte maatregel proportioneel is in verhouding tot de omvang van de nalatenschap. De maatregel dient ter behoud van de goederen van de nalatenschap en ter voorkoming van het verder oplopen van kosten. Het biedt een praktische en passende oplossing om in het beheer van de nalatenschap te kunnen voorzien. De kantonrechter zal het verzoek derhalve toewijzen.

1.5

Nu mr. [verzoeker] zich bereid heeft verklaard om als tijdelijk beheerder over de nalatenschap te worden benoemd, zal de kantonrechter hem bij wijze van maatregel als bedoeld in artikel 4:191 lid 2 BW de opdracht verlenen om de nalatenschap voor de duur van maximaal 6 maanden te beheren. De kantonrechter zal de verplichting opleggen om na afloop van die termijn van zes maanden aan de kantonrechter schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van zaken en de afwikkeling van de nalatenschap. Hij kan dan, indien gewenst, tevens om een verlenging van die termijn verzoeken.

2 De beslissing

De kantonrechter:

bepaalt bij wijze van maatregel dat de nalatenschap van erflaatster tijdelijk, te weten voor de duur van 6 maanden te rekenen vanaf heden, dient te worden beheerd;

benoemt tot tijdelijk beheerder:

mr. [verzoeker], notaris te [plaats 1],

[adres] [plaats 1],

zodat mr. [verzoeker] in het beheer van de nalatenschap kan worden voorzien om de noodzakelijk gemaakte kosten te kunnen declareren, de erfgenamen op te sporen en het restant van de nalatenschap te mogen storten in de consignatiekas, de rekening op te heffen en om alles verder te doen wat in verband hiermee nodig of wenselijk mocht zijn, een en ander onder de verplichting om van alle werkzaamheden aantekening te houden en te zijner tijd aan de erfgenamen rekening en verantwoording af te leggen;

legt aan mr. [verzoeker] verplichting op om na afloop van de hiervoor genoemde termijn van zes maanden schriftelijk verslag uit te brengen aan de kantonrechter over de stand van zaken en de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

Deze beschikking is gegeven door mr. van der Burgt, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 mei 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.