Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 januari 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:282Zaaknummer C/02/410146 / HA RK 23-107 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 januari 2024
Publicatiedatum
9 februari 2024
Zaaknummer
C/02/410146 / HA RK 23-107 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzing erfrechtverzoeken naar de kantonrchter. In eerdere tussenbeschikking is het verzoek tot benoeming van een vereffenaar afgewezen. De overige verzoeken moeten volgens de rechtbank worden behandeld door de kantonrechter. Partijen maken daartegen geen bezwaar, zodat de overige verzoeken worden doorverwezen.

De rechtbank

3.1.

wijst het verzoek tot benoeming van een vereffenaar in de nalatenschappen van vader en moeder en het verzoek om te bepalen dat [verweerder 1] en [verweerder 2] medewerking aan de vereffenaar dienen te verlenen af,

3.2.

verwijst de zaak, voor wat betreft de overige verzoeken, in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Breda,

3.3.

wijst partijen er voor de volledigheid op dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen.

Deze beschikking is gegeven door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2024.[_2a79319a-f66a-4e3d-bf76-faa4fae644d8]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken

Breda

zaaknummer / rekestnummer: C/02/410146 / HA RK 23-107

Beschikking van 19 januari 2024

in de zaak van

[verzoeker], in zijn hoedanigheid van:

- ( mede-)erfgenaam van de nalatenschap van [erflater 1], en;

- legitimaris in de nalatenschap van [erflater 2], en;

- wettelijk vertegenwoordiger van [naam 1] en [naam 2] (verder te noemen: de kleinkinderen), beiden legatarissen van de nalatenschap van [erflater 2],

wonende te [plaats 1],

verzoeker,

advocaat mr. R.J.M. Sintnicolaas en mr. Z.A.M. Visvalingam te Oosterhout,

tegen

1. [verweerder 1], in haar hoedanigheid van (mede)erfgenaam van de nalatenschap van [erflater 1] en in haar hoedanigheid van enig erfgenaam en medebewindvoerder in de nalatenschap van [erflater 2],

2. [verweerder 2], in zijn hoedanigheid van medebewindvoerder in de nalatenschap van [erflater 2],

beiden wonende te [plaats 2],

verweerders,

advocaat mr. A.J.C. Odekerken te Breda.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [erflater 1] ”, “ [verweerder 1] ” en “ [verweerder 2] ”.

1 De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • de tussenbeschikking in deze zaak van 20 november 2023 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte van [erflater 1] van 18 december 2023;
  • de akte van [verweerder 1] en [verweerder 2] van 19 december 2023.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In voornoemde tussenbeschikking heeft de rechtbank geoordeeld dat het verzoek tot het benoemen van een vereffenaar in de nalatenschappen van vader en moeder dient te worden afgewezen. Vervolgens is door de rechtbank overwogen dat de overige verzoeken dienen te worden behandeld en beslist door de kantonrechter, zodat de rechtbank voornemens is de overige verzoeken door te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. De rechtbank stelt daarbij voor dat mr. N.E.J.M. Stoof, de behandelend rechter, ook zal optreden als behandelend kantonrechter, zodat direct een beslissing kan worden gegeven op de te aangehouden verzoeken en geen nieuwe mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.

2.2.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op het voorgaande te reageren.

2.3.

Bij akte van 18 december 2023 geeft [erflater 1] aan ermee in te stemmen dat mr. N.E.J.M. Stoof de behandelend rechter blijft. Bij akte van 19 december 2023 geven [verweerder 1] en [verweerder 2] aan in te kunnen stemmen met het voorstel dat mr. N.E.J.M. Stoof op de aangehouden verzoeken zal beslissen, in haar hoedanigheid van kantonrechter, zodat er geen nieuwe mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.

2.4.

De rechtbank overweegt dat door partijen geen bezwaar is gemaakt tegen de constatering dat de rechtbank niet bevoegd is te oordelen op de aangehouden verzoeken en dat die verzoeken moeten worden doorverwezen naar de kantonrechter (Rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, Cluster I). De aangehouden verzoeken, waaronder het verzoek dat ziet op de proceskosten, zullen dan ook worden doorverwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal daarna de inhoudelijke beslissing op de verwezen verzoeken volgen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst het verzoek tot benoeming van een vereffenaar in de nalatenschappen van vader en moeder en het verzoek om te bepalen dat [verweerder 1] en [verweerder 2] medewerking aan de vereffenaar dienen te verlenen af,

3.2.

verwijst de zaak, voor wat betreft de overige verzoeken, in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Breda,

3.3.

wijst partijen er voor de volledigheid op dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen.

Deze beschikking is gegeven door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2024.[_2a79319a-f66a-4e3d-bf76-faa4fae644d8]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.