Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:270Zaaknummer AWB- 23-3618

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 januari 2024
Publicatiedatum
26 januari 2024
Zaaknummer
AWB- 23-3618
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WIA

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, in aanwezigheid van mr. S.A. de Roo, griffier, op 18 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Beslissing
  4. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/3618 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2024 op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster,

gemachtigde: mr. B.E. Crone,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.

Inleiding

Het UWV heeft met het besluit van 12 januari 2022 (primair besluit) per 21 november 2021 een loongerelateerde WIA-uitkering aan verzoekster toegekend. Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.

In het besluit van 31 mei 2023 (bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid aangepast naar 46,65 %.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

In het besluit van 20 september 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd. Het UWV heeft aan verzoekster per 21 november 2021 een IVA-uitkering toegekend.

Naar aanleiding van dit besluit heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.

Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld geen bezwaar te maken tegen een proceskostenveroordeling, mits er rekening wordt gehouden met het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb, kan de rechtbank indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan verdelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 20 september 2023 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).

3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 50,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, in aanwezigheid van mr. S.A. de Roo, griffier, op 18 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.