Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 april 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:2542Zaaknummer BRE 24/2679 PW en BRE 24/2906 PW

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
22 april 2024
Zaaknummer
BRE 24/2679 PW en BRE 24/2906 PW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening, niet ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 19 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], uit [plaats], verzoekster
  2. Inleiding
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 24/2679 PW

BRE 24/2906 PW

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 april 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. R. Moghni),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorziening van verzoekster tegen de schorsing en intrekking van haar uitkering op grond van de Participatiewet.

Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 16 april 2024.

Overwegingen

1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.

2. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van betalen van griffierecht. Dit verzoek is afgewezen. Aan verzoekster is meegedeeld dat zij voorafgaand aan de zitting het griffierecht moet betalen. Daarbij is zij erop gewezen dat als zij het griffierecht niet betaald de verzoeken niet ontvankelijk zullen worden verklaard.

3. Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van verzoekster aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat het griffierecht niet betaald zal worden. De verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening zijn daarom niet inhoudelijk op zitting behandeld.

4. Omdat het griffierecht niet (tijdig) is betaald worden de verzoeken niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 19 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.