Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 april 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:2216Zaaknummer 02/013168-23
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 5 april 2024
- Publicatiedatum
- 5 april 2024
- Zaaknummer
- 02/013168-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijspraak medeplichtigheid bij/aan het door anderen bewerken dan wel opzettelijk aanwezig hebben van softdrugs.
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 april 2024.
Mr. Schnitzler-Strijbos en mr. Froger-Zeeuwen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/013168-23
vonnis van de meervoudige kamer van 5 april 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsvrouw mr. Y.H.M. van Mierlo, advocaat te Breda
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 maart 2024. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen haar gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie, mr. C.P.G. Tax, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 18 augustus 2022 medeplichtig was bij/aan het door anderen bewerken dan wel opzettelijk aanwezig hebben van softdrugs.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde feit. Op grond van het dossier kan niet worden bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan het bewerken en/of aanwezig hebben van softdrugs in een schuurtje door het pand ter beschikking te stellen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit ook vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
Op 20 juli 2022 is er een melding gedaan bij Meld Misdaad Anoniem. Hierin stond onder andere vermeld dat in een woonwagen op een woonwagenkamp gelegen aan de [adres] in [plaats] een hennepkwekerij actief is. Verdachte woont op dat adres met haar echtgenoot, [medeverdachte].
Naar aanleiding van deze melding zijn op 18 augustus 2022 de drie losstaande schuurtjes op het perceel bij het chalet doorzocht. In een van de schuurtjes werden grote hoeveelheden softdrugs aangetroffen en in beslag genomen. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier geen enkel aanknopingspunt bevat dat verdachte dat schuurtje aan anderen ter beschikking heeft gesteld. Dat zij in het chalet op het perceel woont, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de ten laste gelegde medeplichtigheid.
5 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 april 2024.
Mr. Schnitzler-Strijbos en mr. Froger-Zeeuwen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.