Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 maart 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:1580Zaaknummer C/02/413335 / JE RK 23-1533
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 5 maart 2024
- Publicatiedatum
- 13 maart 2024
- Zaaknummer
- C/02/413335 / JE RK 23-1533
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ambtshalve verlenging OTS 1 maand. Schriftelijk verslag GI te laat ontvangen, niet meer mogelijk om voorafgaand aan afloopdatum OTS zitting te plannen.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ambtshalve voor de duur van één maand, met ingang van 8 maart 2024 en tot 8 april 2024;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot de mondelinge behandeling van [datum] 2024 om [uur], bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, Kousteensedijk 2, 4331 JE;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de moeder, de vader en de GI;
bepaalt dat [minderjarige 1] bij afzonderlijke brief door de griffier voor een kindgesprek zal worden uitgenodigd;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/413335 / JE RK 23-1533
Datum uitspraak: 5 maart 2024
Nadere beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, gevestigd te Eindhoven,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI),
betreffende
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats 1],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2012 te [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2].
1 Het nadere verloop van de procedure
Het nadere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
-
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 7 september 2023 en alle daarin opgenomen stukken;
- het bericht van de GI van 27 februari 2024;
- de briefrapportage van de GI van 4 maart 2024.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 8 mei 2019 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna verlengd, voor het laatst tot 8 maart 2024.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Op dit punt in de procedure moet de kinderrechter nog een beoordeling geven over het resterende deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], te weten voor de periode van 8 maart 2024 en tot 8 september 2024.
4 De beoordeling
Bij beschikking van 7 september 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd voor de duur van zes maanden, tot 8 maart 2024. Het resterende deel van het verzoek is pro forma aangehouden in afwachting van schriftelijk verslag van de GI over het verloop van de ondertoezichtstelling en het gewenste verdere procesverloop. De maatregel is uitgesproken voor een beperkte duur, omdat er concrete stappen en acties moesten worden uitgezet waarmee zou worden toegewerkt naar een beëindiging van de maatregel, en zodat er sprake zal zijn van een tussentijds toetsmoment.
De kinderrechter stelt vast dat de GI, na daar meermaals op te zijn geattendeerd, het in de beschikking van 7 september 2023 verzochte schriftelijke verslag pas op 4 maart 2024 bij de rechtbank heeft ingediend. Het is vanwege deze situatie en gelet op het bestaande zittingsrooster niet meer mogelijk gebleken om voor de afloop van de huidige ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een nadere mondelinge behandeling te plannen.
Nu de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op zeer korte termijn expireert, ziet de kinderrechter zich genoodzaakt om de bestaande situatie ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor een korte periode te laten voortduren en de ondertoezichtstelling ambtshalve te verlengen voor de duur van één maand. Het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden en nader worden behandeld tijdens de mondelinge behandeling op [datum] 2024.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ambtshalve voor de duur van één maand, met ingang van 8 maart 2024 en tot 8 april 2024;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot de mondelinge behandeling van [datum] 2024 om [uur], bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, Kousteensedijk 2, 4331 JE;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de moeder, de vader en de GI;
bepaalt dat [minderjarige 1] bij afzonderlijke brief door de griffier voor een kindgesprek zal worden uitgenodigd;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.