Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 februari 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:1279Zaaknummer AWB- 24_1259 VV
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 februari 2024
- Publicatiedatum
- 14 maart 2024
- Zaaknummer
- AWB- 24_1259 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
PKV
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van € 875,- aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 februari 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1259 WOO
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 februari 2024 in de zaak tussen
[naam verzoekster], uit [vestigingsplaats verzoekster], verzoekster
(gemachtigde: mr. K. van Lessen Kloeke),
en
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek tegen het besluit van de minister van 12 januari 2024. Verzoekster heeft eveneens bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 januari 2024.
Zij heeft het verzoek ingetrokken omdat de minister heeft laten weten te wachten met de feitelijke verstrekking van de documenten van het Woo-besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De minister heeft de rechtbank meegedeeld dat de minister bereid is de proceskosten en het griffierecht te vergoeden. De minister verzoekt de voorzieningenrechter bij het bepalen van de hoogte van de proceskosten uit te gaan van de wegingsfactor 0,5. Er is sprake van een lichte zaak nu verzoekster volgens de minister kon volstaan met een eenvoudig verzoek om feitelijke openbaarmaking te schorsen.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_3ac11b75-a75c-4d91-8a42-43136e4d81a9]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_e04f3d06-04bb-459f-a94d-b2d33174e824]
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.[_e25cf4d2-4feb-4974-8dc1-ac1a693970cb]
Is de minister aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. De minister is met het uitstellen van de feitelijke verstrekking tot na de beslissing op bezwaar aan verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.[_88cccbec-1b3c-4bac-a866-f53961f715dc] Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.[_b437f0a2-2e94-47b9-be43-cdfedf7fe71c] Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat de minister met het uitstellen van de feitelijke verstrekking tot na de beslissing op bezwaar aan het verzoek van verzoekster is tegemoetgekomen. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om de minister in de proceskosten te veroordelen toe.
Welke kosten dient de minister te vergoeden?
5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 875,-.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het gewicht van deze zaak gemiddeld is. Zowel uit het bestreden besluit als de begeleidende brief bij dit besluit volgt dat enkel door het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening opschorting van feitelijke openbaarmaking van de documenten kan worden bewerkstelligt. Tevens is vermeld dat de minister in dat geval met de feitelijke openbaarmaking zal dan wachten tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Dat betekent dat de totale proceskosten die de minister moet vergoeden € 875,- bedragen.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. Omdat de minister de werking van het besluit van 12 januari 2024 heeft opgeschort totdat op het bezwaar is beslist, betaalt de griffier het griffierecht aan verzoekster terug.[_95cd1fd0-4aa1-4365-a2db-e3cde8402e3b]
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van € 875,- aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 februari 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.