Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:1261Zaaknummer AWB- 23_2898

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 februari 2024
Publicatiedatum
7 maart 2024
Zaaknummer
AWB- 23_2898
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WIA

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 20 februari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/2898

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. D. Marcus),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV; kantoor Heerlen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek op 31 oktober 2023 gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het UWV van 6 april 2023 (bestreden besluit).

1.1.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat geen sprake is van herroeping van het bestreden besluit en dus geen recht bestaat op vergoeding van haar proceskosten.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_1ed41f6a-269f-4c06-827c-39afd9dcb048]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_17db14b5-2ad1-47e1-b717-e8d28f72f20c]

Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan

verzoekster is tegemoetgekomen.

4.1.

Bij besluit van 28 september 2022 heeft het UWV geweigerd aan verzoekster een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) toe te kennen. Het UWV heeft in het bestreden besluit het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard en het besluit van 28 september 2022 in stand gelaten. Verzoekster heeft op 16 mei 2023 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

4.2.

Hangende beroep heeft het UWV het bestreden besluit gehandhaafd. Bij brief van 31 oktober 2023 heeft verzoekster het beroep ingetrokken en maakt zij aanspraak op restitutie van het griffierecht. Nu het UWV het bestreden besluit niet heeft ingetrokken of vervangen, is het UWV niet tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 20 februari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.