Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:1012Zaaknummer AWB- 24_1024 VV en AWB- 24_1025

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 februari 2024
Publicatiedatum
18 maart 2024
Zaaknummer
AWB- 24_1024 VV en AWB- 24_1025
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier op 20 februari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 24/1025 PW en BRE 24/1024 PW VV

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Moghni),

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (het college), verweerder.

Inleiding

1. Op 22 januari 2024 heeft verzoeker bij de rechtbank beroep ingesteld omdat het college niet tijdig zou hebben beslist op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor bijzondere bijstand voor een openbaar vervoer (OV) kaart.

1.1

Verzoeker heeft ook op 22 januari 2022 aan de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2

Het college heeft bij besluit van 30 januari 2024 verzoeker erop gewezen dat op zijn aanvraag voor bijzondere bijstand bij besluit van 2 januari 2024 is afgewezen. Voorts heeft het college bij het besluit van 30 januari 2024 een dwangsom toegekend van € 460,-.

1.3

Bij brief van 31 januari 2024 heeft verzoeker het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met het verzoek om het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

1.4

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_89b3f70f-d118-4054-a1a8-62a14105745d]

Beoordeling door de rechtbank

2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2.1

Het verzoek wordt toegewezen. De rechtbank veroordeelt het college in de door verzoeker gemaakte proceskosten.

2.2

Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1). Omdat het beroepschrift nagenoeg gelijkluidend is aan het verzoekschrift en deze schriften gelijktijdig zijn ingediend, ziet de rechtbank geen aanleiding om voor het indienen van het verzoekschrift een afzonderlijke vergoeding toe te kennen.

2.3

De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 51,- per procedure aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier op 20 februari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.