Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 december 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:8838Zaaknummer 10126123 CV EXPL 22-3010 (E)
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 13 december 2023
- Publicatiedatum
- 12 januari 2024
- Zaaknummer
- 10126123 CV EXPL 22-3010 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Omdat de vordering in de vrijwaring is afgewezen, is er geen grondslag voor de vordering in ondervrijwaring. De vordering in ondervrijwaring wordt daarom afgewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 1.058,- aan salaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 10126123 CV EXPL 22-3010
vonnis in vrijwaring van 13 december 2023
in de zaak tussen
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [plaats 1],
eiseres,
hierna: [eiseres],
gemachtigde: mr. C.J.H. Anker, advocaat te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats], kantoorhoudende te [plaats 2],
gedaagde,
hierna: [gedaagde],
gemachtigde: mr. F. van Schaik, advocaat te Berkel en Rodenrijs.
1 Hoe is de procedure verlopen?
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 september 2022 met producties;
- de incidentele conclusie tot verkrijging van toestemming tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het incident;
- het vonnis in incident van 16 november 2022;
- de conclusie van antwoord;
- het vonnis van 7 juni 2023 waarin mondelinge behandeling is bepaald;
- op 31 oktober 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
2 Wat zijn de feiten?
Tussen partijen staan, voor zover in deze procedure van belang, de volgende feiten vast:
a. [bedrijf 1] B.V. is een bedrijf dat zich onder andere bezighoudt met werkzaamheden op het gebied van bodemsanering, grondverzet en het aanleggen van boven- en ondergrondse infrastructuur.
b. [bedrijf 2] B.V. heeft van een woningbouwcoöperatie het pand aan de [adres] te [plaats 3] gekocht. Renovatie van het pand was noodzakelijk. [bedrijf 3] B.V. heeft de renovatie van het pand uitgevoerd.
c. Tussen [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. is een overeenkomst tot stand gekomen waarbij [bedrijf 1] B.V. in opdracht en voor rekening van [bedrijf 2] B.V. een oppervlakte van 45m2 uitgraaft onder het pand aan de [adres] te [plaats 3].
d. [bedrijf 1] B.V. heeft een deel van de werkzaamheden uitbesteed aan [eiseres]. [eiseres] had op dat moment zelf geen graafmachine beschikbaar. Zij heeft bij [gedaagde] een graafmachine met machinist ingehuurd.
3 Wat is het geschil?
Wat is het standpunt van [eiseres] ?
In een procedure tussen [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. (bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer: 9459083 CV EXPL 21-3310) stelt [bedrijf 2] B.V. dat zij schade heeft als gevolg van de door [bedrijf 1] B.V. uitgevoerde werkzaamheden. [bedrijf 1] B.V. heeft [eiseres] in vrijwaring opgeroepen. De werkzaamheden zijn echter uitgevoerd met een graafmachine en door een medewerker die [eiseres] bij [gedaagde] heeft ingehuurd. Zou [eiseres] in de vrijwaringsprocedure aansprakelijk worden geacht voor de gestelde schade, dan is [gedaagde] op haar beurt naar [eiseres] aansprakelijk.
Wat vordert [eiseres] ?
In het vonnis van 10 augustus 2022 heeft [eiseres] van de kantonrechter toestemming gekregen om [gedaagde] in vrijwaring op te roepen. [eiseres] heeft [gedaagde] opgeroepen omdat [eiseres] in vrijwaring is opgeroepen door [bedrijf 1] B.V.. [eiseres] vraagt veroordeling van [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen, dat waartoe [eiseres] in de vrijwaringszaak tussen haar en [bedrijf 1] B.V. (bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer: 9920447 CV EXPL 22-1771) zal worden veroordeeld.
Wat is het standpunt van [gedaagde] ?
[gedaagde] verweert zich tegen de vordering en concludeert tot afwijzing daarvan.
4 Hoe oordeelt de kantonrechter?
De vordering in de vrijwaringsprocedure tussen [bedrijf 1] B.V. en [eiseres] is afgewezen. Daarom is er geen grondslag om [gedaagde] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen alles wat [eiseres] aan [bedrijf 1] B.V. verschuldigd is. Dit betekent dat de vorderingen van [eiseres] in deze vrijwaring worden afgewezen.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 1.058,- aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 529,-).
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 1.058,- aan salaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.