Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 december 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:8837Zaaknummer 9920447 CV EXPL 22-1771 (E)
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 13 december 2023
- Publicatiedatum
- 12 januari 2024
- Zaaknummer
- 9920447 CV EXPL 22-1771 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Omdat de vordering in de hoofdzaak is afgewezen, is er geen grondslag voor de vordering in vrijwaring. De vordering in vrijwaring wordt daarom afgewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 1.058,- aan salaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 9920447 CV EXPL 22-1771
vonnis in vrijwaring van 13 december 2023
in de zaak tussen
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [plaats 1],
eiseres,
hierna: [eiseres],
gemachtigde: mr. H.L.J.M. van Grinsven, advocaat te Tilburg,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats 2],
gedaagde,
hierna: [gedaagde],
gemachtigde: mr. C.J.H. Anker, advocaat te Rotterdam.
1 Hoe is de procedure verlopen?
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 mei 2022 met producties;
- de incidentele oproeping tot ondervrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het incident;
- het vonnis in incident van 10 augustus 2022;
- de conclusie van antwoord;
- het vonnis van 7 juni 2023 waarin mondelinge behandeling is bepaald;
- op 31 oktober 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
2 Wat zijn de feiten?
Tussen partijen staan, voor zover in deze procedure van belang, de volgende feiten vast:
a. [eiseres] is een bedrijf dat zich onder andere bezighoudt met werkzaamheden op het gebied van bodemsanering, grondverzet en het aanleggen van boven- en ondergrondse infrastructuur.
b. [bedrijf 1] B.V. heeft van een woningbouwcoöperatie het pand aan de [adres] te [plaats 3] gekocht. Renovatie van het pand was noodzakelijk. [bedrijf 2] B.V. heeft de renovatie van het pand uitgevoerd.
c. Tussen [eiseres] en [bedrijf 1] B.V. is een overeenkomst tot stand gekomen waarbij [eiseres] in opdracht en voor rekening van [bedrijf 1] B.V. een oppervlakte van 45m2 uitgraaft onder het pand aan de [adres] te [plaats 3].
d. [eiseres] heeft een deel van de werkzaamheden uitbesteed aan [gedaagde].
3 Wat is het geschil?
Wat is het standpunt van [eiseres] ?
In een procedure tussen [eiseres] en [bedrijf 1] B.V. (bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer: 9459083 CV EXPL 21-3310) stelt [bedrijf 1] B.V. dat zij schade heeft als gevolg van de door [eiseres] uitgevoerde werkzaamheden. [eiseres] heeft de werkzaamheden echter voor een belangrijk deel uitbesteed aan [gedaagde]. Zou [eiseres] aansprakelijk worden geacht voor de gestelde schade, dan is [gedaagde] op haar beurt naar [eiseres] aansprakelijk.
Wat vordert [eiseres] ?
In het vonnis van 11 mei 2022 heeft [eiseres] van de kantonrechter toestemming gekregen om [gedaagde] in vrijwaring op te roepen. [eiseres] heeft [gedaagde] opgeroepen omdat [eiseres] in de procedure tegen [bedrijf 1] B.V. aansprakelijk wordt gehouden voor vermeende door haar geleden schade. [eiseres] vraagt veroordeling van [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen waar [eiseres] in de zaak tussen haar en [bedrijf 1] B.V. zal worden veroordeeld.
Wat is het standpunt van [gedaagde] ?
[gedaagde] verweert zich tegen de vordering en concludeert tot afwijzing daarvan.
4 Hoe oordeelt de kantonrechter?
De vorderingen van [bedrijf 1] B.V. in de procedure tussen [bedrijf 1] B.V. en [eiseres] zijn afgewezen. Daarom is er geen grondslag om [gedaagde] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen alles wat [eiseres] aan [bedrijf 1] B.V. verschuldigd is. Dit betekent dat de vorderingen van [eiseres] in deze vrijwaring worden afgewezen.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 1.058,- aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 529,-).
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 1.058,- aan salaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.