Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 november 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:8453Zaaknummer 23-006320

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
23-006320
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering 6:6:25 Sv, oproep nietig

Beslissing

De rechtbank verklaart de oproeping nietig.

Deze beslissing is gegeven door

mr. R.J.H. Goossens, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [Veroordeelde]
  2. Feiten
  3. Procedure
  4. Vordering van het Openbaar Ministerie
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer: 23-006320

datum: 20 november 2023

beslissing van de politierechter op de vordering op grond van artikel 6:6:25 Wetboek van Strafvordering in de zaak van:

[Veroordeelde]

geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats]

wonende op het adres [woonplaats]

hierna te noemen: de veroordeelde.

Feiten

Veroordeelde is op 7 september 2016 door de politierechter te Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van € 12.279,50. Daarop is de vervreemdingsopbrengst van het gelegde conservatoir beslag in mindering gebracht, waardoor een openstaand bedrag van € 1.594,99 resteerde. Op 29 september 2016 is de ontnemingsvordering ter executie overgedragen aan het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB). Vanaf dat moment heeft het CJIB getracht het volledige bedrag te incasseren. Uiteindelijk is door veroordeelde een bedrag van € 624,06 betaald. Hierdoor resteert een bedrag van € 970,93.

Procedure

De vordering is op 27 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De officier van justitie heeft bij deze vordering zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 6 november 2023 de vordering in openbare raadkamer behandeld.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 19 dagen.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat geprobeerd is de oproep voor de behandeling van de vordering uit te reiken aan veroordeelde op het hierboven genoemde adres. Dit is niet gelukt, omdat er niemand op het adres aanwezig was om de brief aan te nemen. De oproep is hierna niet meer betekend aan het Openbaar Ministerie. Er is dan ook niet voldaan aan de betekeningsvereisten voor de oproeping. De rechtbank zal daarom de oproeping nietig verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart de oproeping nietig.

Deze beslissing is gegeven door

mr. R.J.H. Goossens, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.