Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 februari 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:841Zaaknummer 22/1406

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
14 maart 2023
Zaaknummer
22/1406
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geen aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

5 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 13 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Inleiding
  2. 2 Feiten
  3. 3 Beoordeling door de rechtbank
  4. 4 Conclusie en gevolgen
  5. 5 Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrechtzaaknummer: BRE 22/1406

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit Spijkenisse, belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats], de heffingsambtenaar.

1 Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de heffingsambtenaar op het verzoek om kostenvergoeding van 2 maart 2022.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard, waarbij de in bedoelde naheffingsaanslag is vernietigd. Daarbij is het verzoek om kostenvergoeding afgewezen.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek bij brief van 10 februari 2023 gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

2 Feiten

2.1.

De naheffingsaanslag parkeerbelasting is aan belanghebbende opgelegd ter zake van parkeren aan de [straatnaam] te [plaats] op 26 november 2021.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft, na door belanghebbende gemaakt bezwaar, de naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd nadat is gebleken dat belanghebbende op 26 november 2021 wel was aangemeld voor mobiel parkeren, maar voor een andere zone.

3 Beoordeling door de rechtbank

3.1.

In artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is bepaald dat, voor zover een bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken op verzoek worden vergoed.

3.2.

De rechtbank overweegt dat belanghebbende parkeerbelasting heeft betaald voor een verkeerde zone en dat het dus aan belanghebbende is te wijten dat de onderhavige naheffingsaanslag parkeerbelasting werd opgelegd. Op de parkeercontroleur rust geen plicht om na te gaan of ter zake van het parkeren misschien parkeerbelasting is betaald in een andere zone. Van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in 3.1 is dus geen sprake.

3.3.

Anders dan belanghebbende meent, is de uitspraak op bezwaar niet door een onbevoegde persoon gedaan. De uitspraak op bezwaar is gedaan door de Teammanager Handhaving en Wijkveiligheid. Aan de Teammanager Handhaving en Wijkveiligheid is door burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] mandaat verleend om bezwaar- en beroepschriften tegen de heffing van parkeerbelastingen te behandelen.[_5136752e-264a-4b06-8e96-8623f80622dd]

3.4.

De uitspraak op bezwaar is niet gedaan door dezelfde persoon die de naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd. De heffingsambtenaar heeft onweersproken verklaard dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd door een medewerker van de gemeente [plaats] die is belast met de heffing van parkeerbelastingen.

4 Conclusie en gevolgen

4.1.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende daarom het griffierecht niet terugkrijgt.

4.2.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

5 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 13 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.