Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 november 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:8216Zaaknummer AWB- 22_5453
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 november 2023
- Publicatiedatum
- 7 december 2023
- Zaaknummer
- AWB- 22_5453
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WIA
Beslissing
De rechtbank veroordeelt UWV tot betaling van € 837,- aan proceskosten en € 50,- aan griffierecht aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 17 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5453
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van UWV van 9 november 2022. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat UWV op 27 juli 2023 dit besluit heeft vervangen door een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin UWV enkel het deel van het voorschot van de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA-uitkering) terugvordert waar eiser, gelet op zijn inkomsten, geen recht op had.
De rechtbank heeft UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. UWV heeft hierop niet gereageerd, maar in de gewijzigde beslissing op bezwaar van 27 juli 2023 heeft UWV al wel de proceskosten voor de bezwaarfase toegekend.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_b6da4d9e-91a6-471d-a98e-e50e923b4496]
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_ddf981f9-95e4-44b8-ae27-9f5103ee6866]
Is UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
Op 22 november 2022 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. UWV heeft op 27 juli 2023 het bezwaar alsnog gegrond verklaard en de terugvordering verlaagd naar het deel van het voorschot van de WIA-uitkering waar eiser, gelet op zijn inkomsten, geen recht op had. Hiermee is UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker waarin werd aangevoerd dat terugvordering van het deel van het voorschot waar wel recht op bestond, gelet op de inkomsten van verzoeker, niet te rechtvaardigen was.
Welk bedrag aan proceskosten moet UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 837,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.[_c037d849-facd-4d45-82bc-e23ec03a7c0b]
Beslissing
De rechtbank veroordeelt UWV tot betaling van € 837,- aan proceskosten en € 50,- aan griffierecht aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 17 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.