Uitspraak · Strafprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 oktober 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:8043Zaaknummer C/02/414694 HA RK 23-223

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
C/02/414694 HA RK 23-223
Rechtsgebied
Strafrecht, Strafprocesrecht
Procedure
Verschoning
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing verschoningsverzoek.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat het proces in de zaken met kenmerken 02/218414-23, 96/196547-22 (TUL), 96/196698-21 (TUL) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

* de rechter;

* de in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen en het Openbaar Ministerie.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 10 oktober 2023 door mr. Peters, mr. De Graaf en mr. Haerkens-Wouters, rechters, en, bij afwezigheid van de voorzitter, ondertekend door mr. De Graaf, in tegenwoordigheid van mr. Verhulst-Langer, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verschoningsverzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Verschoningskamer

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/414694 / HA RK 23-223

Beslissing van 10 oktober 2023

van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van

mr. Wijffels,

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna de rechter,

belast met de behandeling van de zaken met kenmerken 02/218414-23, 96/196547-22 (TUL), 96/196698-21 (TUL) van:

[betrokkene],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Middelburg,

bijgestaan door mr. J.H.E.M. Kersemaekers.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van 9 oktober 2023.

1.2.

Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter zitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2 Het verschoningsverzoek

2.1.

De rechter heeft het verschoningsverzoek gebaseerd op het feit dat zij de zaken eerder ter zitting behandeld heeft en deze heeft aangehouden voor onderzoek. Zij heeft op dat moment de gevangenhouding bevolen en zich uitgesproken over de ernstige bezwaren. Zij meent zich daarbij wellicht iets te stellig te hebben uitgedrukt. Volgens de raadsman is zij daarmee vooruit gelopen op eventuele door haar te nemen bewijsbeslissingen in deze zaak. De politierechter heeft begrip voor dat standpunt van de raadsman en zij wenst zich om die reden te verschonen.

3 De beoordeling

3.1.

Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.

3.2.

Hoewel een oordeel over de ernstige bezwaren in het kader van een bevel tot gevangenhouding met zich brengt dat een rechter zich uitlaat over de bewijsmiddelen, meent de rechter dat zij zich dient te verschonen, zodat de schijn van partijdigheid wordt vermeden. Het verzoek zal om die reden worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de zaken door een andere rechter moet worden overgenomen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat het proces in de zaken met kenmerken 02/218414-23, 96/196547-22 (TUL), 96/196698-21 (TUL) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

* de rechter;

* de in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen en het Openbaar Ministerie.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 10 oktober 2023 door mr. Peters, mr. De Graaf en mr. Haerkens-Wouters, rechters, en, bij afwezigheid van de voorzitter, ondertekend door mr. De Graaf, in tegenwoordigheid van mr. Verhulst-Langer, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.