Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 november 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:7971Zaaknummer AWB- 23_10355

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
29 november 2023
Zaaknummer
AWB- 23_10355
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ONBEK

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep van eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 14 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres], uit [plaats], eiseres
  2. Inleiding
  3. Feiten en omstandigheden
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/10355

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en

de Officier van Justitie van het Arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant (OvJ)

Inleiding

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de OvJ op haar verzoek om onderzoek te doen naar haar aangifte van diefstal.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Feiten en omstandigheden

1. Eiseres heeft op 16 september 2023 (digitaal) aangifte gedaan van diefstal door haar zorgverlener.

Op 6 oktober 2023 heeft eiseres de OvJ in gebreke gesteld.

Beoordeling door de rechtbank

2. Met haar beroep wil eiseres bereiken dat de politie en/of de OvJ een onderzoek doet naar de diefstal waarvan zij aangifte heeft gedaan.

3. Artikel 1:6 van de Awb bepaalt, voor zover hier van belang, dat de hoofdstukken 2 tot en met 8 en 10 van deze wet niet van toepassing zijn op de opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen.

In de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling wordt het volgende opgemerkt:

“De Awb zal niet van toepassing zijn op de opsporing en de vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Zou deze uitzondering niet in de wet worden opgenomen, dan zouden ook de typisch in de sfeer van de strafvordering en de executie gelegen besluiten en handelingen van de betrokken bestuursorganen (de algemene en bijzondere opsporingsambtenaren, het openbaar ministerie en de Minister van Justitie) onder het bereik van de wet vallen. Gelet op de eigenstandige positie van het (materiële en formele) strafrecht en op het feit dat de strafrechtelijke regelgeving uitputtend is bedoeld, zou dat tot een ongewenste vermenging van rechtssferen leiden. [_25905a61-9344-4080-811b-19ba551bcd2a] "

4. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep van eiseres.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep van eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 14 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.