Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 november 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:7834Zaaknummer BRE-23_1157

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
BRE-23_1157
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54; Bezwaarschrift niet tijdig ingediend. Belanghebbende heeft niet aangetoond binnen de termijn het bezwaar te hebben ingediend. Beroep in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover beroep is gericht tegen beslissing niet ambtshalve te verminderen is rechtbank onbevoegd.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen de uitspraak op bezwaar;

- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep is gericht tegen de ambtshalve beslissing.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 10 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 23/1157

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 5 januari 2023, betreffende de naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen, met [aanslagnummer].

1.1.

Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.

Toetsingskader

3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken.[_0e390fc8-b11e-4348-b807-28ecf57e93ff] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking.[_6974090d-ed53-4fc4-91a9-8bd0cfad4eef]Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.

Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.[_f79effe6-2eed-4f34-8d7e-4a3ddf40fa4c] Wanneer het bezwaarschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post[_97ad07e8-0cd1-4e1c-a9ce-b5c35e0e0608] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend.[_9eb145e3-72e0-4a0a-8f2c-b96d2f5120aa] Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij het bestuursorgaan is ontvangen.

3.1.

Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.[_c9b99cee-5493-49c9-93a3-bbb2cf2b40a7]

Is het bezwaarschrift te laat ingediend?

4. Vast staat dat de dagtekening van de aanslag 15 april 2022 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 30 mei 2022.

5. Het bezwaarschrift is bij de inspecteur ontvangen op 22 augustus 2022. Belanghebbende stelt reeds eerder, op 20 april 2022, bezwaar te hebben gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet aannemelijk gemaakt door belanghebbende, op wie de bewijslast rust. Het enkel overleggen van een schermprint, waaruit blijkt dat op 20 april 2022 een document in Word is aangemaakt met als naam " [documentnaam] ", is daarvoor onvoldoende. Belanghebbende heeft dus niet aangetoond voor het verstrijken van de bezwaartermijn een bezwaarschrift te hebben ingediend.

Is het te laat indienen verontschuldigbaar?

5.1.

Belanghebbende heeft geen redenen gegeven voor de termijnoverschrijding. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Ambtshalve beslissing

6. Voor zover het beroep is gericht tegen de beslissing van de inspecteur om de naheffingsaanslag niet ambtshalve te verminderen, verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd. Het gaat namelijk om een beslissing op grond van artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Een dergelijke beslissing is niet voor (bezwaar en) beroep vatbaar. Rechtsmiddelen kunnen worden aangewend bij de civiele rechter.

Conclusie en gevolgen

7. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen de uitspraak op bezwaar;

- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep is gericht tegen de ambtshalve beslissing.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 10 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.