Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 oktober 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:7453Zaaknummer AWB- 23_2669
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2023
- Publicatiedatum
- 3 november 2023
- Zaaknummer
- AWB- 23_2669
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WLZ
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het zorgkantoor op een besluit te nemen op de aanvraag tot uitbetaling van het verantwoordingsvrije bedrag over 2021;
- draagt het zorgkantoor op het betaalde griffierecht van € 50,00 aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2023 door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2669
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
10 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
( [gemachtigde] ),
en
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V., verweerder.
Inleiding
Bij besluit van 3 februari 2022 heeft het zorgkantoor aan eiser een persoonsgebonden budget (pgb) voor het jaar 2021 toegekend ten bedrage van € 11.492,35. Het verantwoordingsvrije bedrag is daarbij vastgesteld op € 172,39.
Op 9 februari 2022 vraagt eiser om uitbetaling van het verantwoordingsvrije bedrag.
Op 4 juni 2022 heeft het zorgkantoor het pgb van eiser voor het jaar 2021 definitief berekend en vastgesteld op nihil.
Op 23 januari 2023 is de zorgovereenkomst van eiser met [bedrijf] B.V. alsnog goedgekeurd.
Op 9 februari 2023 vraagt eiser opnieuw om uitbetaling van het verantwoordingsvrije bedrag voor 2021. Deze brief is door het zorgkantoor aangemerkt als een bezwaarschrift tegen het besluit van 4 juni 2022.
Met het bestreden besluit van 13 april 2023 heeft het zorgkantoor het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en eiser hiervoor geen geldige reden heeft. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.
Het zorgkantoor heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 10 oktober 2023. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2].
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank meteen mondeling uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het zorgkantoor de brief van 9 februari 2023 ten onrechte aangemerkt als bezwaar gericht tegen het besluit van 4 juni 2022.
Daartoe overweegt de rechtbank dat ter zitting duidelijk is geworden dat het zorgkantoor na het besluit van 4 juni 2022 alsnog een bedrag aan pgb heeft vastgesteld over 2021 en dit bedrag ook heeft uitbetaald aan eiser. Tevens is duidelijk geworden dat de gemachtigde van eiser de brief van 9 februari 2023 weliswaar ‘bezwaar’ noemt, maar dat hij heeft bedoeld (opnieuw) een aanvraag te doen tot uitbetaling van het verantwoordingsvrije bedrag over 2021. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt dit ook uit de inhoud van de brief van
9 februari 2023. Ten onrechte is het zorgkantoor niet ingegaan op die aanvraag.
Hieruit vloeit voort dat het bestreden besluit geen stand kan houden. Het beroep is gegrond. Het zorgkantoor zal alsnog een besluit op de aanvraag moeten nemen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het zorgkantoor op een besluit te nemen op de aanvraag tot uitbetaling van het verantwoordingsvrije bedrag over 2021;
- draagt het zorgkantoor op het betaalde griffierecht van € 50,00 aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2023 door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.