Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 september 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:6505Zaaknummer 10658690 CV EXPL 23-2399 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
3 oktober 2023
Zaaknummer
10658690 CV EXPL 23-2399 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek, energie, buitenlands aspect

4 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 330,93 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 261,42 vanaf 3 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op € 340,42, daarin begrepen een bedrag van € 80,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 Het geschil en de beoordeling
  3. 4 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 10658690 CV EXPL 23-2399

vonnis d.d. 13 september 2023

inzake

de vennootschap naar buitenlands recht

Hoist Finance AB,

gevestigd te Stockholm, Zweden,

eiseres,

gemachtigde: mr. M.P.A. Roelands te Bergen op Zoom,

tegen

de besloten vennootschap

Artrexo Market Analytics B.V.,

gevestigd te Breda, kantoorhoudende te 4703 RC Roosendaal, Rechtzaad 13 C,

gedaagde,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 3 augustus 2023 met producties.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 330,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 261,42 vanaf 3 augustus 2023 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.

2.2

Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.

2.3

Nu eiseres gevestigd is in Zweden, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om van onderhavig geschil kennis te nemen. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord op grond van artikel 4 lid 1 van de in deze toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012, Brussel I bis. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien gedaagde in Nederland gevestigd is.

2.4

Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Nederland en Zweden zijn beide partij bij de Verordening (EU)

nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verordening Rome I). Op grond van de (gecedeerde) vordering uit hoofde van een tussen Essent en gedaagde gesloten overeenkomst is op grond van artikel 4 lid 2 van de Verordening Rome I Nederlands recht van toepassing op onderhavig geschil.

2.5

Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.

2.6

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van eiser tot op heden vastgesteld op:

dagvaardingskosten € 132,42

griffierecht € 128,00

salaris gemachtigde € 80,00

totaal € 340,42.

2.7

De nakosten aan de zijde van eiser worden begroot op € 40,00 (half salarispunt met een maximum van € 132,00) aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden.

4 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 330,93 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 261,42 vanaf 3 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op € 340,42, daarin begrepen een bedrag van € 80,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.