Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 augustus 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:5974Zaaknummer C/02/413192 / JE RK 23-1518

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25 augustus 2023
Publicatiedatum
30 augustus 2023
Zaaknummer
C/02/413192 / JE RK 23-1518
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing spoedverzoek uithuisplaatsing. Zaak wel met spoed op een mondelinge behandeling gepland.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

wijst af het spoedverzoek van de GI;

5.2.

bepaalt dat het gesprek met [minderjarige], gevolgd door de behandeling van het reguliere verzoek, plaatsvindt op de mondelinge behandeling van 29 augustus 2023 te 11.30 uur, in het gerechtsgebouw te Middelburg, Kousteensedijk 2;

5.3.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor het kindgesprek voor [minderjarige], alsook als oproep voor de mondelinge behandeling voor de ouders en de GI.

Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. Van Ginneke als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/413192 / JE RK 23-1518

Datum uitspraak: 25 augustus 2023

Beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing

in de zaak van

De gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 25 augustus 2023, ingekomen bij de griffie op 25 augustus 2023;

- de notities van het telefoongesprek tussen de kinderrechter en de GI, in het bijzijn van de griffier, op 25 augustus 2023.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] verblijft op dit moment bij haar moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 maart 2023 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 30 maart 2024.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt met spoed en zonder het horen van belanghebbenden een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Zij verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een beschikking betreffende een machtiging uithuisplaatsing aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.

4.2.

De kinderrechter is gelet op de inhoud van het verzoek van oordeel dat er geen sprake is van feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat een mondelinge behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk of ernstig gevaar voor [minderjarige]. Uit het verzoek en het telefoongesprek met de GI blijkt immers dat de GI voornemens is om dinsdag 29 augustus 2023 eerst met [minderjarige] op bezoek te gaan bij het gezinshuis dat de GI op het oog heeft. Pas daarna wil de GI [minderjarige] daar eventueel plaatsen. Er is op dit moment niet gebleken van feiten en/of omstandigheden die maken dat er sprake is van acuut gevaar voor [minderjarige]. Bovendien lopen de opvattingen over het verzoek van de GI uiteen. Het spoedverzoek van de GI zal daarom worden afgewezen. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om het reguliere verzoek met spoed mondeling te behandelen gelet op de naar voren gebrachte feiten en omstandigheden. Het gesprek met [minderjarige] en de mondelinge behandeling over dat verzoek worden daarom gepland op dinsdag 29 augustus 2023 om 11.30 uur.

4.3.

Aan de GI wordt verzocht om [minderjarige] en haar ouders reeds in te lichten over de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling. Ook wordt de GI verzocht om de kinderrechter tijdens de mondelinge behandeling nader in te lichten over de situatie, aangezien het rapport dat bij het verzoek gevoegd zit verouderd lijkt te zijn.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

wijst af het spoedverzoek van de GI;

5.2.

bepaalt dat het gesprek met [minderjarige], gevolgd door de behandeling van het reguliere verzoek, plaatsvindt op de mondelinge behandeling van 29 augustus 2023 te 11.30 uur, in het gerechtsgebouw te Middelburg, Kousteensedijk 2;

5.3.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor het kindgesprek voor [minderjarige], alsook als oproep voor de mondelinge behandeling voor de ouders en de GI.

Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. Van Ginneke als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.