Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:3989Zaaknummer AWB- 22_4745

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
12 juni 2023
Zaaknummer
AWB- 22_4745
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Koptekst: WIA – beroep ingetrokken. Inhoudsindicatie: Beroep ingetrokken met verzoek om proceskosten. Proceskosten toegewezen.

De uitspraak is verzonden op

en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Inloopteam Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 22/4745

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster

(gemachtigde: mr. A. van den Os),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. M.B.A. van Grinsven).

Procesverloop

Met het besluit van 19 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft het UWV aan verzoekster medegedeeld dat zij meer arbeidsgeschikt is dan voorheen. Zij heeft met ingang van 20 december 2021 geen recht meer op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Met het besluit van 22 september 2022 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Met het besluit van 11 mei 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en vanaf 1 juli 2021 aan verzoekster een IVA[_2c6b4b0a-e04b-4ce8-9ecf-5b83bf367230]-uitkering toegekend.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.

Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld zich niet te verzetten tegen de veroordeling in de forfaitaire proceskosten die gemaakt zijn in de beroepsprocedure.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.

4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten voor rechtsbijstand door een gemachtigde met toepassing van het Bpb vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 1).

5. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot het UWV moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.

Deze uitspraak is gedaan op 8 juni 2023 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Zwager, griffier.

griffierrechter

De uitspraak is verzonden op

en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.