Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:381Zaaknummer AWB- 22_2530
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 januari 2023
- Publicatiedatum
- 30 januari 2023
- Zaaknummer
- AWB- 22_2530
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZW
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. de Roo, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/2530 ZW
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 18 januari 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], te [woonplaats eiseres], eiseres,
gemachtigde: mr. J.J. Brosius,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 april 2022 (bestreden besluit) van het UWV inzake de beëindiging van de aan haar toegekende uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per 1 juni 2021.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 18 januari 2023. Eiseres en haar gemachtigde zijn – met voorafgaand bericht – niet verschenen. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Regragui.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
In geschil is de beëindiging van de ZW-uitkering met ingang van 1 juni 2021. Aan het bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat eiseres op 30 april 2021 meer dan 65 % kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.
Eiseres heeft gesteld dat niet alle stukken waarop de artsen van het UWV hun oordeel hebben gebaseerd, in bezwaar zijn overgelegd. Het is voor de rechtbank niet duidelijk wat eiseres hiermee bedoelt en welke stukken niet zouden zijn overgelegd. Aan de stelling van eiseres dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden gaat de rechtbank dan ook voorbij.
De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek door het UWV zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat er geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het UWV de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding onjuist heeft ingeschat. De artsen van het UWV waren bekend met de door eiseres gestelde klachten, waaronder de nek-, schouder-, rug- en bekkenklachten en hebben daarmee bij het vaststellen van de belastbaarheid van eiseres rekening gehouden. Eiseres voldoet niet aan de criteria voor het opnemen van een urenbeperking. Eiseres heeft in beroep geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat zij meer beperkt is dan het UWV heeft aangenomen. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in de FML van 27 februari 2021.
Uitgaande van de juistheid van de FML van 27 februari 2021 moet eiseres in staat worden geacht de werkzaamheden in de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies van medior soldering operator (Sbc-code 111180), assembleur (Sbc-code 271130) en callcenter medewerker (Sbc 315173) te verrichten. Met de rapportage van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 31 maart 2022 is voldoende gemotiveerd dat de belastbaarheid van eiseres in die functies niet wordt overschreden. Omdat eiseres met die functies meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen, heeft het UWV terecht haar ZW-uitkering beëindigd.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt vast dat vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift van eiseres door het UWV op 19 april 2021 tot de datum van deze uitspraak nog geen 2 jaar zijn verstreken. De redelijke termijn is niet overschreden. Het verzoek om schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ook krijg eiseres het griffierecht niet vergoed.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. de Roo, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.