Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 mei 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:3641Zaaknummer 9850966 CV EXPL 22-1439
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 mei 2023
- Publicatiedatum
- 2 juni 2023
- Zaaknummer
- 9850966 CV EXPL 22-1439
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Non-conformiteit auto. Na bewijsopdracht is niet komen vast te staan dat verkoper in gebreke is gesteld. Vordering wordt afgewezen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiser01] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde01] tot op heden begroot op een bedrag van € 990,00 als salaris voor de gemachtigde van [gedaagde01];
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2023.
Volledige tekst
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 9850966 CV EXPL 22-1439
vonnis d.d. 24 mei 2023
inzake
[eiser01],
wonende te [woonplaats01],
eiser,
gemachtigde: mr. N. Mijnheer, werkzaam ten kantore van Masther Algemene Rechtspraktijk te Assen,
tegen
de vennootschap onder firma [gedaagde01],
gevestigd en kantoorhoudende te ( [postcode01]) [plaats01] aan het adres [adres01],
gedaagde,
gemachtigde: mr. F.C.H. Blom, werkzaam ten kantore van DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser01] ” en “ [gedaagde01] ”.
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van 15 maart 2023 met de daarin genoemde processtukken.
2 De verdere beoordeling
Bij voornoemd tussenvonnis is [eiser01] in de gelegenheid gesteld te reageren op de stelling van [gedaagde01], dat zij de brieven van [eiser01] van 26 januari 2022 en 25 februari 2022 niet heeft ontvangen, en de daarbij overgelegde producties.
[eiser01] heeft niet meer gereageerd, zodat niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde01] de voornoemde brieven heeft ontvangen. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter niet kan vaststellen dat [gedaagde01] op enig moment deugdelijk in gebreke is gesteld. [eiser01] kwam dan ook geen beroep op de ontbinding van de overeenkomst toe, zodat de vorderingen moeten worden afgewezen.
[eiser01] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van [gedaagde01] worden deze begroot op een bedrag van € 990,00 aan gemachtigdensalaris (2,5 punt à € 396,00 voor de conclusie van antwoord, mondelinge behandeling en antwoordakte zijdens [gedaagde01] ).
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiser01] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde01] tot op heden begroot op een bedrag van € 990,00 als salaris voor de gemachtigde van [gedaagde01];
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2023.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2025:590 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHSHE:2025:590 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 maart 2025 (verbintenissenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.