Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 april 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:2533Zaaknummer 10201727 CV EXPL 22-4209 (E)
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 april 2023
- Publicatiedatum
- 2 mei 2023
- Zaaknummer
- 10201727 CV EXPL 22-4209 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Huurovereenkomst bedrijfsruimte. Partijen hebben ter zitting afspraken gemaakt over de betaling van de huurachterstand. Vonnis waarin voorwaardelijke ontbinding wordt uitgesproken.
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 29.228,64 aan achterstallige huurpenningen tot en met maart 2023;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de lopende huur vanaf april 2023, laatstelijk bedragende € 3.344,28 per maand, tot de datum van ontruiming, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de bedrijfsruimte met bedrijfsgebonden bovenwoning aan de [adres] en veroordeelt [gedaagde] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van [gedaagde] in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen, indien en zodra aan tenminste één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- [gedaagde] is in gebreke met de voldoening van enige termijn van de hiervoor onder 2.1. c) en d) bedoelde aflossingsverplichting; en/of
- [gedaagde] is in gebreke met de voldoening van enige termijn van de maandelijkse huur als bedoeld onder 2.1. e);
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van de procedure, in die zin dat beide partijen daarvan hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10201727 \ CV EXPL 22-4209
Vonnis van 12 april 2023
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. V.H.L. Weling,
tegen
[gedaagde],
wonende en zaakdoende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: Facily LAW juristen, [naam].
1 Het vervolg van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 januari 2023
- de op 15 maart 2023 toegezonden brief met aanvullende productie van de zijde van [gedaagde]
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 28 maart 2023 (hierna: de zitting)
- de door [eiser] ter zitting gehanteerde spreekaantekeningen.
2 De beoordeling
Na bespreking van de zaak verklaren partijen het eens te zijn geworden over het volgende:
a. a) de huurachterstand tot en met maart 2023 bedraagt € 29.228,64;
b) [gedaagde] zal dit bedrag in twee termijnen betalen aan [eiser];
c) de eerste termijn, ten bedrage van € 20.000,-, zal [gedaagde] uiterlijk 1 mei 2023 voldoen;
d) de tweede termijn, ten bedrage van € 9.228,64, zal [gedaagde] uiterlijk 1 augustus 2023 voldoen;
e) [gedaagde] zal de lopende huur telkens bij vooruitbetaling voor de eerste van de maand voldoen;
f) als [gedaagde] de afspraken zoals weergegeven onder sub c) tot en met e) niet nakomt, zal de huurovereenkomst worden ontbonden en dient [gedaagde] het gehuurde te ontruimen;
g) beide partijen dragen de eigen kosten van deze procedure.
[eiser] heeft toegezegd zich te zullen inspannen om de kozijnen van het gehuurde zo spoedig mogelijk te laten vervangen.
[eiser] wijzigt zijn geldvordering tot hetgeen [gedaagde] krachtens deze afspraken verschuldigd is en verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering en heeft aangegeven de vorderingen in reconventie in te trekken.
Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat de vorderingen, zoals op de zitting gewijzigd, toewijsbaar zijn.
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 29.228,64 aan achterstallige huurpenningen tot en met maart 2023;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de lopende huur vanaf april 2023, laatstelijk bedragende € 3.344,28 per maand, tot de datum van ontruiming, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de bedrijfsruimte met bedrijfsgebonden bovenwoning aan de [adres] en veroordeelt [gedaagde] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van [gedaagde] in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen, indien en zodra aan tenminste één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- [gedaagde] is in gebreke met de voldoening van enige termijn van de hiervoor onder 2.1. c) en d) bedoelde aflossingsverplichting; en/of
- [gedaagde] is in gebreke met de voldoening van enige termijn van de maandelijkse huur als bedoeld onder 2.1. e);
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van de procedure, in die zin dat beide partijen daarvan hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2023.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.