Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 september 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:8480Zaaknummer C/02/399262 / JE RK 22-1174
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 9 september 2022
- Publicatiedatum
- 1 maart 2023
- Zaaknummer
- C/02/399262 / JE RK 22-1174
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Een verzoek Stichting Jeugdbescherming Brabant, vestiging Roosendaal tot verlenging machtiging tot (netwerk)uithuisplaatsing. De minderjarige verblijft in een netwerkpleeggezin, te weten bij oma moederszijde en haar partner. Beide ouders wonen in Griekenland. De ouders stemmen slechts in met een verlenging van de machtiging voor beperkte duur met het oog op een spoedige terugkeer van de minderjarige naar Griekenland en herstel ouder-kind relatie. Deze beschikking is voorafgegaan door ECLI:NL:RBZWB:2022:8481.
De beslissing
De kinderrechter:
wijst het resterende verzoek van de GI af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Felix, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2022 in tegenwoordigheid van Weterings, griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof’s-Hertogenbosch
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaakgegevens: C/02/399262 / JE RK 22-1174
Datum uitspraak: 9 september 2022
nadere beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
DE STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
hierna te noemen: de GI (Gecertificeerde Instelling),
gevestigd te Roosendaal,
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder], hierna te noemen: de moeder,
wonende in Griekenland,
advocaat mr. C.M.D. De Waele,
[de vader], hierna te noemen: de vader,
wonende in Griekenland,
advocaat: mr. G. Demir,
Het verdere procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 21 juli 2022 en alle daarbij vermelde stukken;
- de op 6 september 2022 ontvangen brief van de GI.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 21 januari 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI
tot 22 januari 2023.
Bij voormelde beschikking van 21 juli 2022 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengd tot 15 september 2022. Het resterende verzoek van de GI is aangehouden in afwachting van een nader schriftelijk verslag van de GI.
Het verzoek
Aan de orde is een verzoek van de GI ertoe strekkende de machtiging tot plaatsing van [minderjarige] gedurende dag en nacht voor verblijf in een pleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 22 januari 2023.
De nader beoordeling
De GI trekt haar resterende verzoek bij voormelde brief van 6 september 2022 in. [minderjarige] is inmiddels weer herenigd met haar ouders en een verdere verlenging van de uithuisplaatsing is dus verder niet aan de orde. De pleegvader heeft [minderjarige] naar Griekenland gebracht en na een korte periode van gewenning haar bij haar ouders gelaten. Vanuit de GI wordt nu nog gekeken of de toegezegde zorg ook daadwerkelijk vorm gaat krijgen en dan kan ook de ondertoezichtstelling worden opgeheven.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
De beslissing
De kinderrechter:
wijst het resterende verzoek van de GI af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Felix, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2022 in tegenwoordigheid van Weterings, griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof’s-Hertogenbosch
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.