Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 december 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:7583Zaaknummer AWB- 22_184
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 15 december 2022
- Publicatiedatum
- 20 december 2022
- Zaaknummer
- AWB- 22_184
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WETKB
Beslissing
De rechtbank draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. R.A. Karsten-Badal, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 15 december 2022 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/184
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2022 in de zaak tussen
[naam verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
In het besluit van 23 november 2021 (primair besluit) heeft verweerder het voorschot kindgebonden budget over 2021 herzien naar € 3.371,00 waardoor een terugvordering van € 2.136,00 is ontstaan.
In het besluit van 9 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting in de beroepszaak heeft plaatsgevonden op 22 september 2022. Verzoekster was daarbij aanwezig, samen met [naam maatschappelijk werker] (maatschappelijk werker). Namens verweerder waren aanwezig [naam vertegenwoordiger 1] en [naam vertegenwoordiger 2].
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en daarbij een aantal afspraken gemaakt met partijen.
In het besluit van 20 oktober 2022 heeft verweerder het bestreden besluit herzien. De bezwaren van verzoekster zijn alsnog gegrond verklaard. De terugvordering van € 2.136,00 komt te vervallen.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van het griffierecht.
Overwegingen
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op dit verzoek.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster. In deze zaak zijn echter geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten gemaakt.
De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.
Beslissing
De rechtbank draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. R.A. Karsten-Badal, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 15 december 2022 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.